Nemen we de Bijbel letterlijk of figuurlijk?

Het werd me allemaal een beetje te veel, ik moest achter mijn computer en reageren op een paar zaken die ik te lezen had gekregen. Het eerste was een preek die op 26 februari op ons kantoor in de bus viel. Het was een preek van een dominee uit Groningen op 26 januari 2003 om 17.00 uur gehouden. Al in de eerste regels wordt duidelijk waar de dominee voor staat en naar toe wil. De boeken van Tim Lahaye en Jerry B. Jenkins worden onder de loep genomen. Vervolgens geeft de spreker aan, een lezing te hebben beluisterd van ds. Th. Niemeijer, die hij voor 'Het Zoeklicht' gehouden heeft. Dan lees je dubbel geÔnteresseerd verder. Natuurlijk ben ik bereid de degens te kruisen wanneer het gaat om de profetieŽn en de dingen die daarmee samenhangen, maar dat is nu niet het punt. Wat wel het punt is dat de spreker de gemeente vertelde dat `men de teksten over de toekomst zoveel mogelijk letterlijk wil uitleggen', en dat is volgens die dominee een onjuiste benadering. Het maakt inderdaad in de uitleg enorm uit of je teksten letterlijk dan wel symbolisch meent te moeten verklaren.

Het tweede dat me diezelfde dag werd aangereikt op een seminaravond in Bolsward was een artikel uit het Friesch Dagblad. Met grote letters vertelde de kop van het artikel `Opname van de gemeente is niet bijbels'. Als iemand, die niets liever doet dan Gods woord op betrouwbare wijze doorgeven en van harte de Opname als een geweldige hoop verkondigt, was dit leesvoer. Het zou toch niet zo zijn dat ik dwalend dingen verkondig die niet bijbels zijn? Zou dit artikel voor mij een Saulus ervaring worden: menen God te dienen, maar juist met het tegendeel bezig te zijn? De dominee uit Broeksterwoude bestudeerde immers de eindtijd teksten. Hoe komen de mensen als LaHaye, Jenkins, Niemeijer, ondergetekende en velen meer aan hun opvattingen en inzichten, die duidelijke eindtijd visie? `De mensen die deze opvatting aanhangen, willen bovendien de bijbel heel letterlijk nemen', zo las ik in het Fries Dagblad. Weer dat element `letterlijk', dat afgewezen werd.

Het derde voorval was de dag daarop, 27 februari. Zoals iedere morgen viel het Nederlands Dagblad, netjes in de bus. Op pagina 7 een artikel van een dominee uit de Gereformeerde Kerk (vrijgemaakt). `Geen oudtestamentische beloften meer voor IsraŽl' was de tot lezen nodigende of misschien beter uitdagende titel. Ik liep tegen dezelfde argumentatie op, zij het in een iets andere discussie. Wat lees ik? `je moet bijvoorbeeld oog hebben voor het feit dat oudtestamentische profetieŽn beelden gebruiken die je niet `letterlijk' moet nemen'.

Dat was driemaal een pleidooi van verschillende dominees om de Bijbel, zeker waar het gaat om profetieŽn, niet letterlijk te nemen. Op grond waarvan komt men tot die wijsheid. De laatste genoemde heeft het van J. van Bruggen in `Het lezen van de Bijbel' pag. 117. Van Bruggen schrijft daar blijkbaar `een profetie letterlijk lezen is, zoals iemand het ooit eens noemde, het lezen met oogkleppen op'.

Nu geloof ik ook dat de bijbel met allerlei beperkingen gelezen wordt, niet alleen met oogkleppen, maar ook gekleurde brillen zijn erg in zwang. Zo heb ik ook sterk de overtuiging dat de predikanten naar wie ik verwees, zo hun eigen bril bij het lezen van de profetie dragen. Dat wordt vooral duidelijk, op momenten waar de letterlijke tekst van de Schrift een andere kleur heeft dan die van vooraf ingenomen posities. Op die momenten moet de tekst niet letterlijk genomen worden maar figuurlijk, beeldend. Aldus de predikanten, zo kun je de Bijbel naar je hand zetten en Gods woord laten zeggen wat je er zelf inlegt. Getallen staan ineens niet meer voor hun getalswaarde, Jeruzalem en IsraŽl zijn begrippen die opnieuw gedefinieerd moeten worden en zo zouden we nog even door kunnen gaan met het `omduiden' van de letterlijke tekst. Deze wordt passend gemaakt voor het theologische uitgangspunt of moet ik zeggen `vůůronderstelling' van de uitlegger. Niemand kan meer de bijbel lezen of begrijpen tenzij hij aan de hand genomen wordt door de specialist. Waar ging de reformatie ook al weer om?

Ervaringsdeskundigen weten beter. Een ervaringsdeskundige spreekt op grond van ervaring. Wat voor ervaring kunnen we hebben met bijbelse profetie? Werden eerdere profetieŽn letterlijk of figuurlijk vervuld? Aan de hand van heel veel teksten zouden we kunnen zien hoe dat was, laat ik slechts wijzen op de 400 jaar dat de nazaten van Jacob in Egypte verbleven, een letterlijk vervuld Godswoord. Ook kunnen we wijzen op de 70 jaar van ballingschap van het volk. Opmerkelijk dat we in DaniŽl 9:2 lezen: `in het eerste jaar van zijn koningschap lette ik, DaniŽl, in de boeken op het getal, waarover het woord des Heren tot de profeet Jeremia gekomen was, dat Hij over de puinhopen van Jeruzalem zeventig jaar zou doen verlopen'. Is dit beeldspraak? Volgens mijn informatie letterlijk vervuld.
Wanneer de Here Jezus de Emmausgangers ontmoet spreekt Hij hen duidelijk aan. `O onverstandigen en tragen van hart, dat gij niet gelooft alles wat de profeten gesproken hebben! Moest de Christus dit niet lijden.....'. Het gaat me er hier om, dat de Here Jezus juist van de letterlijke betekenis van de profetieŽn uitgaat en het de Emmausgangers kwalijk neemt dat niet te doen, waardoor zij geen oog hadden voor de vervulling van het profetische woord. In het leven en sterven van de Heer zien we de vervulling van heel veel profetieŽn en het is allemaal letterlijk.

Waarom hebben we niet de geestelijke moed alle gekleurde brillen en oogkleppen af te leggen en het Woord van God te lezen en te nemen zoals het gegeven en geschreven is. Er gaat een wereld open, maar dat niet alleen, we zullen geÔnspireerd worden, meer dan ooit, met een woord voor de wereld. Want de boodschap van hoop die gezien wordt in het letterlijk nemen van de Schrift is adembenemend. We hebben een blijde boodschap en dat is een duidelijke boodschap, juist aangaande het profetische woord.

Het lijkt erop dat er in toenemende mate geschreven wordt tegen de letterlijke uitleg van Gods woord en daarmee probeert men vooral elementen als de `Opname van de Gemeente', de `Grote Verdrukking', het `Duizendjarig rijk' te weerspreken. Toch stemt me dat weerspreken hoopvol. Zou het kunnen zijn, dat de toegenomen mondigheid van het gemeentelid hem kritische vragen doet stellen, omdat het logisch lezen van de bijbel hem nieuwe inzichten geeft, botsend met wat hij altijd gehoord heeft? Ik denk het en ik zie dat als een goed teken. Van de drie collega's begrijp ik ondertussen wel, dat wanneer je de bijbelse profetieŽn letterlijk neemt, de inzichten van LaHaye, Jenkins, Niemeijer en door Het Zoeklicht en vele anderen verkondigd een logische verklaring is. En zo is het. Bedankt!

Toegevoegd: 20 april 2004
Bron: Het zoeklicht nr.2, 80e jaargang.
Voor een abonnement op Het Zoeklicht, klik hier.



Print deze pagina
Terug