DaniŽl en de Europese Unie

Ongeveer dertig jaar geleden leek het allemaal zo dichtbij. De EEG groeide van zes naar negen landen. Nog even en het tiende lid zou toetreden en dan...
Veel christenen hielden hun hart vast, want volgens een gangbare uitleg van de Bijbelse profetieŽn wachtten we op het herstel van het Romeinse Rijk, een bond van tien staten in Europa. Daarna zou spoedig een grote verdrukking aanbreken en de wederkomst van Christus zou daar zijn. De Europese Unie groeide naar tien leden - maar er gebeurde niets: geen grote verdrukking, geen opname van de gemeente, geen terugkeer van Jezus. Europa groeide verder naar 12, zelfs 15 landen, en er komen er nog een paar bij. Hoe kan dat? Is de profetie onbetrouwbaar? De teleurstelling over het niet uitkomen van de profetie maakte dat de aandacht voor de profetie bij velen wegkwijnde. Hoe moeten we eigenlijk denken over die profetieŽn? En wat moeten we met het streven naar een groter Europa?

De tijden der heidenen
Bovengenoemde visie werd in belangrijke mate ontleed aan DaniŽl 2. Dat beschrijft een droom van Nebukadnezar: een groot beeld met een gouden hoofd, zilveren borst en armen, koperen buik en lendenen, ijzeren benen, terwijl de voeten van ijzer en leem waren. DaniŽls verklaring begint voor ons wel duidelijk: de verschillende metalen stellen koningen en koninkrijken voor (vers 38, 39). De eerste koning wordt nauwkeurig aangeduid: Nebukadnezar. Vervolgens gaat het over koninkrijken die na hem heerschappij zullen uitoefenen.

Hier moeten we even opletten, want welke van de vele koninkrijken die de geschiedenis kent, zouden hier bedoeld kunnen zijn? DaniŽl en de andere profeten focussen steeds op Jeruzalem, dat door de Heer verkoren was om daar zijn naam te doen wonen, waar Gods troon staat en van waaruit de wereld geregeerd zal worden (Nehemia 1:9; vgl. 1 Kroniken 29:23, Jesaja 2:3). Met de inname van Jeruzalem door de troepen van Nebukadnezar begonnen de "tijden der heidenen", waarin Jeruzalem door de heidenen vertrapt wordt (Lukas 22:24). De profeten kijken vooruit naar het einde van deze periode.

In DaniŽl 2 moeten we dus denken aan koninkrijken die macht over Jeruzalem hebben uitgeoefend. De eerste opvolgers van het Babylonische rijk kennen we zowel uit de geschiedenis als uit de Bijbel: het rijk van Meden en Perzen en het Griekse Rijk (DaniŽl 8:20). Het vierde rijk laat zich gemakkelijk raden: het Romeinse rijk, dat na de Grieken heerschappij voerde over Jeruzalem - en als zodanig ook prominent in de Bijbel aanwezig is, in het Nieuwe Testament. De eerste koninkrijken zijn voor ons eenvoudig te duiden, omdat wij ondertussen achter de gebeurtenissen staan. Of dat voor DaniŽl ook zo was, valt te bezien.

De eindtijd
De droom van Nebukadnezar laat ook zien wie er in de eindtijd over Jeruzalem heerschappij uitoefenen. Laten we ook een poging wagen om hen te duiden. De koningen van de eindtijd, die vlak voor de komst van Gods Koninkrijk macht over Jeruzalem uitoefenen, worden uitgebeeld door de voeten van het beeld, van ijzer gemengd met leem. In zekere zin zijn ze een voortzetting van het Romeinse rijk - gemaakt van (deels) hetzelfde materiaal. Dit heeft uitleggers ertoe gebracht om te spreken van het Herstelde Romeinse Rijk. De tien tenen kunnen in verband gebracht worden met tien koningen of landen, zeker in het licht van DaniŽl 8, waar duidelijk getoond wordt dat vlak voordat Gods Koninkrijk komt er een verbond van tien koningen over Jeruzalem zal heersen (DaniŽl 7:23vv). De gevolgtrekking, dat dit laatste rijk (West-)Europa zal zijn, was echter voorbarig.

Want het Romeinse rijk omvatte niet alleen West-Europese landen - en dan nog maar gedeeltelijk: het noorden van ons land en grote delen van Duitsland vielen er buiten - maar ook Noord-Afrika, Egypte, Klein-AziŽ, IsraŽl, SyriŽ. De twee benen van het beeld zouden kunnen duiden op het Oost- en West-Romeinse Rijk. Een klein detail in de droom van Nebukadnezar toont ons nog iets meer. Als Gods Koninkrijk baan breekt, worden niet alleen de voeten van het beeld vermorzeld, maar ook het gouden hoofd en alles wat daar tussen zit. Zou dat betekenen, dat Jeruzalem in de eindtijd geregeerd wordt door een alliantie van volkeren uit het totale gebied van die vier rijken die we zo gemakkelijk herkennen? Naties dus uit Europa, Noord-Afrika en het Midden-Oosten tot aan Iran. Misschien kun je het ook zo formuleren: een verbond tussen een aantal staten met een christelijke achtergrond en een aantal met een islamitische achtergrond. Het getal tien kan exact tien naties aanduiden, maar misschien ook wel, dat er tien grote of leidende naties uit die gebieden de boventoon zullen voeren, waarnaar een aantal kleinere zich eenvoudig zal richten.

Weest nuchter en waakzaam
We wachten de ontwikkelingen af, maar verliezen ons niet in speculaties over de vraag hoever we gevorderd zijn op de profetische kalender. Een dergelijk verbond is momenteel niet goed denkbaar. En uit de bijbelse aanwijzingen zou je kunnen opmaken, dat je het ook niet van tevoren kunt zien aankomen. In Openbaring 18 is sprake van een verbond van 10 koningen, dat ťťn uur zal duren of in ťťn uur tot stand zal komen. De profetieeŽn zijn er niet om ons in staat te stellen te voorspellen wat er morgen gaat gebeuren. Ze zijn er om de heiligen die de vervulling zullen meemaken, uitzicht te bieden. Wij zien hooguit iets van het voorspel van de eindtijd-gebeurtenissen. Hebben wij er dan niets aan? Toch wel: we leren tenminste twee dingen.

De Heer regeert
Kijkend naar alles wat op aarde gebeurt, zou je haast zeggen, dat God niet bestaat. Er is ziekte en er gebeuren natuurrampen, maar er is geen God die ingrijpt. Huwelijken, ook onder christenen, liggen overhoop, maar God laat het geworden. Volken slachten elkaar af, zonder dat het erop lijkt dat iemand ze ooit ter verantwoording zal roepen. We verwijten immigranten dat ze niet integreren in onze maatschappij, maar zelf stellen we onze harten en huizen niet voor hen open. Het is net alsof de mensheid aan z'n eigen inzichten of aan de waan van de dag is overgeleverd en de wegt totaal kwijt is. Maar de profetie herinnert ons eraan, dat uiteindelijk God regeert. Hij laat de mensheid nu wel gaan op haar eigen gekozen weg (Handelingen 14:16), maar toch slechts totdat de grens bereikt is. Dan grijpt Hij in. In afwachting van dat moment worden we bemoedigd: uiteindelijk zal vroeg of laat Gods Koninkrijk komen en de gehele aarde vullen met vrede en vreugde. En wie de Koning kent, proeft al een klein beetje van dat Koninkrijk!

Wij en onze overheid
Alle overheden op aarde zijn slechts menselijk. Ze beramen plannen of proberen plannen van anderen te verijdelen. Maar dwars door alles heen is God aan het werk. Moeten wij van onze overheid eisen dat ze Gods normen toepast? Moeten wij trachten dat onze overheid de vorming van een antichristelijk bondgenootschap tegengaat? Kan dat Łberhaupt wel?

Wat deden de profeten? Wat deden de apostelen? DaniŽl diende Nebukadnezar en andere koningen, maar was God meer gehoorzaam. Waar hij kon, sprak hij vrijmoedig over de God van hemel en aarde, ook al was het voor hemzelf niet zonder gevaar. Want al bleef hij hoffelijk en respectvol, hij zegde de koningen hun dwalingen aan en riep ze op tot onderwerping aan het hoogste gezag. Het risico van vervolging accepteerde hij zonder protest (DaniŽl 6). De nieuwtestamentische apostelen handelden op soortgelijke wijze (Handelingen 5:41). Ze getuigden van een opgestane Heer en verkondigden een boodschap van redding en vergeving aan alle mensen, met of zonder instemming van overheidswege. Laten wij vooral in dat voetspoor treden!


Toegevoegd: 3 november 2005
Bron: Het zoeklicht nr.12, 81e jaargang.
Voor een abonnement op Het Zoeklicht, klik hier.


Print deze pagina
Terug