Gods grote daden

Het is moeilijk, volgens historici onmogelijk, om Gods hand in de geschiedenis te herkennen. Toch geeft de Bijbel voorbeelden van Gods machtige daden. Niet alleen in IsraŽl maar ook in geschiedenissen van veel volken. Een belangrijke vuistregel om iets van Gods handelen te kunnen herkennen staat in Genesis 12:3 en Numeri 24:9. ďGezegend die u (IsraŽl) zegenen; en die u vervloekt, vervloekt!Ē profeteerde de heiden-profeet Bileam. Deze geestelijke wetmatigheid is eeuwenlang geldig gebleken. IsraŽl is tot vandaag de toets voor de volken voor Gods zegen of vloek. Door deze vuistregel (Genesis 12:3) kunnen we veel van Gods grote daden herkennen. Bijvoorbeeld de opstanden in de Arabische landen zijn ook ernstige waarschuwingen van de God van IsraŽl. Waarschuwingen van de Eeuwige aan die landen: Blijf van mijn volk IsraŽl af! In Zijn rede over het einde van de wereld de Here Jezus heeft de Here Jezus het ook over opstanden. Hij zegt ook in welke periode de wereldgeschiedenis dit zal plaatsvinden. Hij noemt die periode ďhet begin van de weeŽnĒ (Matteus 24:7,8).

Opvallend is dat rabbijnen deze tijd ďde weeŽn van de MessiasĒ noemen. We zien dan ook hoe die ďArabische lenteĒ onverwachts snel verandert in een Moslim sharia-winter. De Moslim Broederschap die hier een steeds grotere rol in speelt, heeft als een van de doelen het herstel van een kalifaat, maar dan niet alleen in het oude Ottomaanse (Turkse) rijk, maar nu wereldwijd. Dit is een voorfase van het voor IsraŽl en voor bijbelgetrouwe Christenen uiterst vijandige rijk van de antichrist. Zoals voorzegd is in bijvoorbeeld Openbaring 13 en Openbaring 17, maar ook in DaniŽl 2 en DaniŽl 7 en DaniŽl 11. De wereld en veel kerken hebben nauwelijks aandacht voor de ernstige en ook profetische dimensies van wat er nu gaande is. Zoín 34 eeuwen geleden was dat wel anders.

Kanašn en nu
Rachab, een hoer uit Jericho en de inwoners van Gibeon in Kanašn waren 40 jaar na de uittocht van IsraŽl uit Egypte nog diep onder de indruk van Gods machtige daden voor IsraŽl (Jozua 2:8-11 en Jozua 9). Zij herkenden Gods machtige hand in de gebeurtenissen en geloofden Gods Woord waarbij HIJ Kanašn aan IsraŽl had beloofd. Zij namen toen een moedig besluit, kozen voor IsraŽl en werden gered. In die tijd gingen verhalen over Gods grote daden voor IsraŽl over de hele wereld. Werden herkend en erkend. Nu is dat helaas anders. Bijna de hele wereld verzet zich tegen Gods herstelplan voor IsraŽl. Zij zien Gods machtige hand over Zijn volk niet. Machtige wonderen waarvan de geestelijke en politieke consequenties niet worden onderkend.

We noemen slechts enkele feiten:
  1. De overwinningen van IsraŽl in vier grote verdedigingsoorlogen tegen fel hatende islamitische vijanden. Bewijs van de oneindige suprematie van de God van IsraŽl over de godheid van de Islam.
  2. De terugkeer van IsraŽl na ongeveer 18 eeuwen ballingschap. Tot in details voorzegd in de Schrift. Het is een groot sociologisch wonder, een menselijke onmogelijkheid, dat bijvoorbeeld de stammen Manasse en Dan tijdens 27 eeuwen ballingschap en rondzwerven onder de volken de eigen, IsraŽlitische indentiteit hebben behouden. En nu terugkeren (Zacharias 10:9). Dit geldt uiteraard ook voor andere IsraŽlieten die uit Rusland, Arabische landen, ja uit alle streken van de aarde terugkeerden. God heeft dus nog een groots plan voor IsraŽl.
  3. Het wonderlijke herstel van het totaal verwoeste land, dat volgens reisbeschrijvingen van anderhalve eeuw geleden eeuwenlang bedekt was met dorens, distels en puinhopen.
  4. Het feit dat het herstel van het land en de terugkeer van het volk door een groot aantal bijbelse profetieŽn nauwkeurig is voorzegd en geÔllustreerd. God zegt eeuwen van tevoren wat HIJ gaat doen en doet (vooral in onze tijd) precies wat HIJ heeft gezegd. Ook dit zijn voorbeelden en tekens van Gods machtige daden.
  5. Ten slotte de honderden kleine wonderen van elke dag. Wonderen tijdens de vier oorlogen met de Moslim buurlanden, die we noemden. Het wonder dat ondanks de rakettenregens van Palestijnse terroristen betrekkelijk weinig (ťťn is al teveel) ongelukken gebeuren. Twee recente voorbeelden: In Ashdod wordt al 40 jaar zonder onderbreken een klaslokaal wekelijks gebruikt als synagoge. Maar tijdens sabbat van 29.10.2011 was er niemand. Juist toen werd het verlaten pleintje bij de synagoge getroffen door een Palestijnse raket uit Gaza. Of de kleuterschool in Ashkelon, die net verlaten was en toen door een raket zwaar werd beschadigd.
Waarheen?
Hoe reageert de wereld op deze machtige daden van de Eeuwige? Niet zoals Rachab de hoer uit Jericho en de inwoners van Gibeon. Eerder als de andere inwoners van het Kanašn van zoín 3400 jaar geleden. De vijandschap tegen IsraŽl (antisemitisme en antiZionisme) neemt onrustbarend toe. De boosheid van politieke leiders tegenover IsraŽl kwam onlangs weer eens aan het licht tijdens een conversatie van Sarkozy met Obama. En door het accepteren van de niet bestaande staat van de Palestijnen als lid van de UNESCO. Wat later door het jankerige gezeur van de EU, de VS en zelfs onze minister van Buitenlandse Zaken over wat huizen die IsraŽl versneld rond en in Jeruzalem gaat bouwen. Wat een Bijbelse zaak is, immers er staat geschreven: ďDe HERE bouwt JeruzalemĒ (Psalm 147:2). En de profeet Amos voorzegt: ďVerwoeste steden zullen zij weer opbouwen en bewonen; wijngaarden zullen zij planten en de wijn ervan drinkenĒ (9:14). Met een garantie dat zij zullen blijven. Om twee redenen: 1. Zij zullen de wijn ervan drinken. 2. De HERE zegt: ďDan zal IK hen planten in hun grond en zij zullen niet meer worden uitgerukt uit de grond, die IK hun gegeven heb, zegt de HERE, uw GodĒ (9:15). Zo gebeurde het eeuwen geleden en zo gebeurt het nu. Intussen gaat God door met zijn plan. Toen en nu. We kunnen nog veel machtige daden van de Allerhoogste verwachten. Meer terugkeer van IsraŽlieten. Bijvoorbeeld EfraÔm en stammen die daarbij horen (Ezechiel 37:15 ev.). Nog een beschamende nederlaag van islamitische legers (Psalm 83). Waarschuwende oordelen over de hele wereld (Psalm 105:7). Oordelen die de Here Jezus noemt: Ďhet begin van de weeŽní (Matteus 24:8). Want de Heer zegt: ďZou Ik ontsluiting geven en niet doen baren?Ē (Jesaja 66:9). Dat gebeurde in 1948. Toen werd de moderne staat IsraŽl geboren. Jesaja profeteerde verder: ďOf zou Ik, Die doet baren, toesluiten?Ē

God gaat door. Wat doen wij?


Toegevoegd: 18 december 2011
Bron: janvanbarneveld.nl
blog comments powered by Disqus


Print deze pagina
Terug