Mag IsraŽl in geval van nood nog hulp van Amerika verwachten?

Hoe zal Washington reageren wanneer de Arabische landen opnieuw besluiten een poging te wagen IsraŽl van de wereldkaart te verwijderen? Zal Amerika IsraŽl te hulp komen of zal het de Joodse staat opnieuw laten vallen zoals de geschiedenis heeft geleerd?

Toen de staat IsraŽl werd opgericht oefenden het Pentagon en de CIA zware druk uit op IsraŽls eerste premier David Ben Gurion om geen onafhankelijke staat uit te roepen, maar om ĎPalestinaí onder het mandaat van de VN te brengen. Amerika heeft IsraŽl toen op geen enkele manier geholpen om zichzelf te kunnen verdedigen. Het land stelde zelfs op 5 december 1947 een wapenembargo in tegen IsraŽl die twintig jaar zou duren. De Amerikaanse president Truman bleef aan het wapenembargo vasthouden, ook toen hij zag dat de Arabieren overvloedig door de Britten en de Sovjets van wapens werden voorzien.

Een andere confrontatie vond plaats in 1960 toen de vertrekkende Amerikaanse president Dwight Eisenhower van David Ben Gurion wilde weten wat Ďde mysterieuze constructieí in Dimona in de Negev woestijn te betekenen had. Het ging over de in aanbouw zijnde kerncentrale maar de Amerikanen hadden geen idee wat IsraŽl daar precies aan het doen was. Ze kregen echter geen toestemming de plaats te bezoeken. Om IsraŽl daarvoor te straffen publiceerden ze spionagefotoís op de voorpagina van The New York Times.

Het verhaal over Dimona ging verder toen in 1961 John F. Kennedy president van de Verenigde Staten werd. Ook hij eiste informatie van David Ben-Gurion maar deze zei een duidelijk nee! Hoewel de situatie niet zo vijandig was als thans onder King Obama, had Kennedy toch geen bepaalde sympathie voor de staat IsraŽl en het Joodse volk. Hij dwong zijn adviseurs IsraŽl continu onder druk te zetten en bij iedere bijeenkomst met IsraŽlische gedelegeerden eindigde hij met de eis een inspectie van Dimona te accepteren. Vervolgens waarschuwde hij in een brief gedateerd 18 mei, 1963 dat wanneer IsraŽl geen Amerikaanse inspecteurs zou toelaten om Dimona te bezoeken, hij IsraŽl totaal zou isoleren. Ben-Gurion reageerde niet maar trad af. Zijn opvolger Levi Eshkol, kreeg vervolgens een brief van Kennedy waarin de druk nog eens werd opgevoerd en waarin hij waarschuwde dat wanneer IsraŽl bleef weigeren, de samenwerking met Amerika Ďernstig in gevaar gebracht zou kunnen wordení.

Ondanks alle tegenwerking en bedreigingen uit Washington bewees IsraŽl de Amerikanen echter keer op keer een grote dienst. In 1966, midden in de Koude oorlog en een jaar voor IsraŽls Zesdaagse oorlog, lukte het IsraŽl om middels een spectaculaire actie het modernste, in Rusland geproduceerde, gevechtsvliegtuig van het Iraakse leger te ontvreemden. Deze actie hielp de Amerikanen in hun strijd tegen het communistische Rusland en maakte een einde aan het 20-jarige embargo van de VS tegen IsraŽl. De Amerikanen kregen dank zij IsraŽl eindelijk de kans om het superieur geachte Russische gevechtsvliegtuig de MIG-21 te bestuderen en een afweermechanisme te ontwikkelen. Het toestel werd als Ďgeschenk uit IsraŽlí aan Amerika overgedragen. Als dank kreeg de IsraŽlische luchtmacht, die tot dan toe alleen over de Franse Mirage en Vautour-toestellen beschikte, Amerikaanse Phantom- toestellen. Nadat de Amerikanen op hun beurt de MiG-21 volledig uitgeplozen hadden, kwam het vliegtuig naar IsraŽl terug. In de Zesdaagse Oorlog van 1967 gebruikte IsraŽl haar kennis om de talrijke Migs uit te schakelen.

Maar de waardering voor IsraŽls hulp duurde niet lang want toen Egypte in 1967 aan de VN de opdracht gaf hun troepen uit de SinaÔ terug te trekken omdat Nasser van plan was IsraŽl voor eens en altijd uit te schakelen, liet Washington de Joodse staat volledig in de kou staan. Maar toen het er naar uitzag dat Egypte tijdens de juni oorlog van 1967 vernietigend verslagen zou worden, kwam Amerika tussenbeide en eiste het van IsraŽl de oorlogshandelingen te staken.

Toen IsraŽl tijdens deze oorlogen Russische raketten en radarsystemen en andere wapensystemen van de Arabische vijanden in beslag nam, stuurden ze deze naar de Verenigde Staten, waardoor Washington inzicht kreeg in de Russische bewapening. De voormalige Amerikaanse generaal George Keegan zei eens dat IsraŽl net zoveel ďwaard was als vijf CIAísĒ (Amerikaanse geheime dienst) op basis van de inlichtingen die IsraŽl in de loop der jaren aan de Amerikanen hebben verstrekt. IsraŽl betaalde de financiŽle hulp van de Amerikanen in het tienvoudige terug, mede door het testen van Amerikaanse militaire uitrustingen tijdens hun oorlogen tegen de Arabieren waardoor ze de Amerikanen miljoenen dollars bespaarden aan onderzoek en ontwikkeling.

In 1969, stuurden de Amerikaanse president Richard Nixon en zijn minister van Buitenlandse Zaken Henry Kissinger op een confrontatie aan omdat de Amerikanen nog steeds niet precies wisten wat IsraŽl in Dimona aan het doen was. Maar ook IsraŽls toenmalige premier Golda Meir weigerde wat uiteindelijk resulteerde in de afspraak ďgeen vragen meer te stellen, en niets meer te zeggenĒ. Deze afspraak geldt tot op de dag van vandaag.

Tijdens de Yom Kippoer oorlog in 1973 had IsraŽl de strijd met SyriŽ definitief kunnen beslissen als niet Amerika tussenbeide was gekomen en IsraŽl had opgedragen de opmars te staken. De IsraŽlische tanks waren Damascus al tot op twintig kilometer genaderd toen Amerika een onmiddellijke terugtrekking eiste. Kissinger gelaste tijdens deze oorlog de Amerikaanse wapenleveranties aan IsraŽl te vertragen. De New York Times schreef drie jaar later dat Kissinger de wapenleveranties doelbewust vertraagde omdat ďhij IsraŽl net genoeg wilde laten bloeden om ze zo rijp te maken voor de naoorlogse diplomatie die hij in gedachten hadĒ.

Toen de Golfoorlog (1990-1991) (Dessert Storm) begon hielp IsraŽl de Amerikaanse luchtmacht met een verdedigingsparaplu voor inkomende vliegtuigen en personeel. Toen de oorlog volop aan de gang was, en Sadam Hoessein 39 Scud raketten op IsraŽl afvuurde, eisten de Amerikaanse president George Herbert Walker Bush en zijn minister van BZ James Baker III van de IsraŽlische premier Yitzhak Shamir niet terug te slaan. Ze dreigden zelfs de militaire hulp stop te zetten en IsraŽlische vliegtuigen neer te schieten indien Shamir toch mocht besluiten Saddamís Scud lanceerinstallaties te bombarderen. Bush en Baker beloofden Shamir dat de luchtmacht van de Verenigde Staten deze klus wel even zou klaren. Maar ze kwamen hun belofte niet na want Saddam bleef zijn Scudís op IsraŽl afvuren. Achteraf bleek dat Bush, Baker, Generaal Colin Powell en Generaal Norman Schwarzkopf nooit de opdracht aan hun luchtmacht hebben gegeven de Scud-lanceerinstallaties uit te schakelen. En zo zijn de beloften aan IsraŽl keer op keer geschonden door leugenachtige Amerikaanse politici.

In 2006 kwam de Bush-administratie tussenbeide toen IsraŽl op het punt stond de Libanese terreurbeweging voorgoed uit te schakelen. Ook George W.Bush beperkte de wapenleveranties aan IsraŽl omdat hij bang was de Arabische steun voor de oorlogen in Irak en Afghanistan te verliezen. En in januari 2009 kwam Obama tussenbeide toen het er naar uit ging zien dat het IsraŽlische leger definitief een eind zou maken aan het terreurbewind van Hamas in Gaza. Diplomatieke druk op IsraŽl is de reden dat beide terreurbewegingen vandaag nog steeds bestaan. In de zestig jaar van IsraŽls bestaan heeft de Joodse staat steeds weer ervaren door zijn Amerikaanse Ďvriendení in de steek te zijn gelaten, in het bijzonder in de oorlogen waarbij het voortbestaan van IsraŽl in het geding was.




Toegevoegd: 2 juli 2011
Uit de nieuwsbrief van: FranklinTerHorst.nl
blog comments powered by Disqus


Print deze pagina
Terug