Listige Leugens en Nuchtere Feiten

Judese heuvels Het is verbijsterend te merken hoeveel en hoe hard er wordt geschreeuwd en gelogen als het om IsraŽl gaat. Vooral over de Joodse dorpen in Judea en Samaria zijn er rookgordijnen van leugens en mythen gelegd.

Alleen al het zinnetje ďIsraŽl bezet Palestijnse grondgebiedĒ bevat drie leugens.

  1. Op wie heeft IsraŽl Judea en Samaria in 1967 veroverd?
    Op de echte bezetter, op JordaniŽ. In 1948, toen vijf Arabische landen de pas opgerichte Joodse staat in de zee wilden verdrinken,bezette JordaniŽ de zogenaamde Westbank en Egypte de Strook van Gaza. Die gebieden werden meteen ďJudenfreiĒ gemaakt.
  2. Palestijns grondgebied bestaat niet. Allereerst omdat Palestijnen niet bestaan. De mensen die nu Palestijnen worden genoemd zijn afstammelingen van Arabieren, die in de eerste helft van de vorige eeuw uit omringende Arabische landen naar het toenmalige IsraŽl trokken, omdat ze hoopten daar de kost konden verdienen.
  3. De roep om een Palestijnse staat was er niet toen JordaniŽ het gebied had bezet. Het gaat nu gewoon om een 23e Arabische moslim staat en wel in heel IsraŽl.
    Vandaar dat Arafat het ruime aanbod van Rabin van zo goed als heel de Westbank afsloeg en de bloedige intifada tegen IsraŽl begon. Vandaar dat Abbas het ruime aanbod van Olmert afsloeg. En dat alle pogingen om het zgn. vredesproces weer op gang te trekken, op niets uitlopen.

Het gaat echt niet om de Ďrechten van de Palestijnení. Het hele gedoe om de Joodse dorpen enom de Westbank is onderdeel van de Arabische en islamitische strijd tegen IsraŽl.

Er is nog veel meer leugen en gezeur van internationale leiders. Lees maar: De ĒnederzettingenĒ zijn een gevaar voor de (wereld) vrede, een struikelblok in het vredesproces. Een paar huizen bouwen is ďin strijd met het internationale rechtĒ. Men weet niet hoe gek men het moet verzinnen om IsraŽl en de Joodse bewoners van ďde gebiedenĒ in een kwaad daglicht te zetten.

Als IsraŽl besluit weer een paar huizen te bouwen, krijgen internationale leiders weer een kans om voor hun medestanders en collega-vijanden van IsraŽl in de internationale media, hun zeurderige gezwets tegen IsraŽl over de gewone mensen uit te strooien.
Vraag zoín leider eens, welk internationaal recht hij/zij bedoelt?
Of vraag ze eens door over de uitdrukking ďbezette gebiedenĒ. (© www.eindtijd.nl)

Laten we eens een paar nuchtere feiten op een rij zetten.

  1. Nadat, in 1918, het toenmalige Palestina (waar ook het huidige JordaniŽ bij hoorde) op de Turken werd veroverd kreeg in 1922 Engeland het Mandaat (zeggenschap) over dat gebied.
    Engeland, dat in 1918 door de Balfour Verklaring dat gebied al had beloofd als een ďnationaal tehuis voor het Joodse volk ten Westen van de JordaanĒ.
    In 1922 werd dit door de toenmalige Volkenbond (voorganger van de huidige VN) officiŽel en volkenrechtelijkbevestigd.
  2. In 1947 nam de VN de plaats van de Volkenbond over. Wat Palestina betreft werd het land weer verdeeld.
    Eerder was het gebied ten Oosten van de Jordaan aan Trans-JordaniŽ toegekend.
    Dat was in 1922, toen Engeland emir Abdullah, de grootvader van de huidige koning van JordaniŽ, koning maakte van het grootste deel van het mandaatgebied. Joden mochten daar niet wonen.
  3. Het Verdelingsplan van de VN (1947) wilde het land nog eens in tweeŽn splitsen.
    IsraŽl ging akkoord. Maar het plan ging niet door, omdat de Palestijnse Hoge Raad en de Arabische Liga het plan verwierpen en een vernietigingsoorlog tegen israŽl begonnen. De Onafhankelijkheidsoorlog brak uit. IsraŽl won en overleefde deze Arabische overval. Maar JordaniŽ bezette de Westbank en Egypte de Gazastrook. Zij maakten die gebieden ook "JudenfreiĒ en vernietigden veel Joodse graven en heiligdommen.
  4. In 1967 was er een gezamenlijke poging van de Palestijnse Bevrijdingbeweging, JordaniŽ, Egypte, SyriŽ, Irak en Libanon om IsraŽl te vernietigen. IsraŽl won weer en heroverde Gaza en Judea en Samaria. IsraŽl was weer compleet.
  5. In 1988 gaf JordaniŽ zijn, internationaal nooit erkende claims op de Westbank op. IsraŽl bleef in die betwiste gebieden en ging door met het stichten en soms opnieuw opbouwen van Joodse dorpen op staatslanden van de zogenaamde Westbank.
    Zelfs in de beroemde resolutie 242 (land voor vrede), waarin IsraŽl opgeroepen werd om in 1967 veroverde gebieden te verlaten.
    Er staat in die resolutie niet de gebieden, maar gebieden, zonder het lidwoord Ďdeí. Wie dan die gebieden moest beheren werd ook niet vermeld. Alle VN documenten die verband houden met resolutie 242 noemen het woordje ďPalestijnsĒ niet eens.
    Wel komen de namen Judea en Samaria erin voor.
  6. IsraŽl kan dus rustig bouwen op staatsland (niet op land dat van Arabische boeren is) in die gebieden. Kopen is moeilijk omdat de Palestijnse Autoriteit de doodstraf heeft bepaald voor Arabieren die land aan Joden verkopen.

De meeste Joods-IsraŽlische bewoners in Judea en Samaria zien het toch wel wat anders. ďNiet het Britse Mandaat, of resoluties van de VN, maar de Bijbel geeft ons het recht hier te wonenĒ is hun Bijbelse visie. Inderdaad heeft God aan IsraŽl ďhet hele land KanašnĒ beloofd als een ďaltijddurende bezittingĒ.
Daarom is 1967 een profetisch jaartal. Toen heeft de God van IsraŽl zijn landbelofte compleet gemaakt met Samaria, Judea en Benjamin.
Dat zegt de wereld natuurlijk niets. Die, en vooral de westelijke wereld, gaat serieus door met het politiek en financiŽel steunen van de Palestijnse Autoriteit en via hen ook van de Hamas. Als we dan toch bij profetie blijven, dan zien we hier iets van de geestelijke achtergrond van de financiŽle problemen van de Westelijke wereld.
Wij steunen de vijanden van IsraŽl door ze financiŽel in staat te stellen hun strijd tegen God volk door te zetten. Dus worden wij in onze economie getroffen.

Interessant is ook dat er in IsraŽl steeds luider gesproken wordt over annexatie van die gebieden. Doordat de wereld en vooral de Arabische wereld gefixeerd is door de slachtpartijen in SyriŽ en problemen in andere landen rond IsraŽl, krijgen deze annexatieplannen weinig internationale aandacht.
In rustiger tijden zouden we allang protesten gehoord hebben en zeurend geklaag over ďinternationaalĒ recht enz. Arabische bewoners in de ďgebiedenĒ zouden, net als hun broeders in IsraŽl, gewone burgerrechten aangeboden krijgen. Ook het grondige Levy rapport stelt dit voor.
President Peres zei, in een reactie op dat rapport, dat hij vreesde voor bedreigende demografische (volkenkundige) veranderingen, waardoor de Joodse meerderheid in israŽl in gevaar zou komen.
In een reactie dan Danny Dayan, hoofd van de Raad van Joodse Gemeenschappen in Judea en Samaria reageerde daarop: ďHet enige gevaar voor de staat IsraŽl als Joodse natie is als we ons geloof in ons historische recht op ons land verzakenĒ.
Anderen wijzen op de mogelijkheid om de aliya, Joodse immigratie, te bevorderen. Immers ook EfraÔmen de stammen die daarbij horen moeten terugkomen. Die zouden dan weer kunnen gaan wonen in hun oude stamgebieden. Voor goedwillende Arabieren is er genoeg plaats. Dat zien we nu al in IsraŽl, waar Arabische IsraŽliís gewoon burgerrechten hebben.

Opvalled is dat bevolkingsonderzoeken uitwijzen dat steeds meer Arabieren in Judea en Samaria IsraŽl preferen boven hun eigen corrupte en gewelddadige leiders. Dit geldt ook en vooral voor Arabische inwoners van Oost Jeruzalem. Hier spelen economische factoren een grote rol.

In elk geval zien we dat de HERE, de God van IsraŽl, gewoon doorgaat met zijn herstelplan voorland en volk van IsraŽl. Kerken proberen door de vervangingstheologie IsraŽl uit Gods plan en Gods verbonden te werken. De kerk in de plaats van IsraŽl. De wereld is bezig israŽl uit het beloofde land te werken. Ook een soort vervangingspolitiek. De ďPalestijnenĒ in plaats van IsraŽl.

Maar god, de HERE regeert.


Bron: janvanbarneveld.nl
Toegevoegd: 1 augustus 2012
blog comments powered by Disqus


Print deze pagina
Terug