Leugens en lijden over IsraŽl

Bijna 40 jaar heeft een Joodse familie samen met een familie van Christen-Arabieren het populaire Maxim restaurant bij het strand van Haifa gerund. Samen aten Arabieren en Joden in dat restaurant. Het was een voorbeeld van goede samenwerking en positief samenleven van Jood en Arabier. Zaterdag de 4e oktober stierven ze samen in dat restaurant. Onder de 19 doden waren zeker vier Arabieren en vijf kinderen. Een gruwelijk voorbeeld van het niets en niemand ontziende Palestijnse Moslim-terrorisme. Wat een leed, verdriet en angst komt er over IsraŽl!

Burgemeester Yona Ahav van Haifa merkte terecht op dat de aanslag niet alleen tegen de Joden was gericht. Er zat meer achter. De bedoeling was om Joden en Arabieren, die meer dan een halve eeuw in Haifa vreedzaam samen leven en werken, tegen elkaar op te zetten. Haifa immers is een bewijs voor het feit dat de kreet dat `de Joodse nederzettingen een obstakel voor de vrede zijn', een leugen is. Als IsraŽli's en Arabieren in Haifa hartelijk samen kunnen leven en werken, dan kunnen ze dat op de Westbank ook. Angstig is te zien hoe gretig de internationale en ook onze nationale pers de Palestijnse leugens overneemt en verder verspreidt. Nog angstiger is het te ervaren hoe veel van die leugens herhaald en herhaald worden en overal als waarheid worden aanvaard. We noemen er een paar.

Leugens en leuter
Media, ook Christelijke bladen als het R.D. en het N.D., spreken over de `bezette gebieden'. Automatisch denkt men dan aan de wrede Duitse bezetting in de Tweede Wereldoorlog of aan de bezetting van Sovjet Rusland van Oost Europese landen tot 1989. Zo wordt IsraŽl belasterd. Niet IsraŽl is een bezettende macht, maar JordaniŽ heeft de Westbank van 1948 tot 1967 bezet gehouden en de Joden uit die gebieden verdreven. Toen IsraŽl de Westbank, Judea en Samaria, in een verdedigingsoorlog op JordaniŽ veroverde, werden het `betwiste gebieden' of `geadministreerde gebieden'. Gebieden waarover onderhandeld zou moeten worden. Wat IsraŽl dan ook heeft gedaan. Vergaande voorstellen zijn aan de Arabische landen (1968), aan de Palestijnen op de Westbank (1969) en verschillende malen aan de Palestijnse Autoriteit gedaan en afgewezen.

Voortdurend wordt IsraŽl de nood van de Palestijnse bevolking in de schoenen geschoven. Terwijl Arafat en de zijnen een totalitair schrikbewind uitvoeren, vredesinitiatieven de nek omdraaien en honderden miljoenen hulpeuro's en dollars in eigen zak steken. Het Internationale Monetaire Fonds (IMF) onthulde in september dat Arafat tussen 1995 en 2000 $ 591 miljoen van het (gedeeltelijk door ons gefinancierde) budget van de P.A. naar een door hem gecontroleerde bankrekening heeft laten overboeken.

Alles wat IsraŽl doet om zich te verdedigen tegen de gruwelijke zelfmoordaanslagen wordt internationaal en nationaal veroordeeld. De muur die gebouwd wordt om de moordenaars tegen te houden, acties om de moordenaars op te sporen, acties om de moordenaars en hun leiders uit te schakelen voordat ze toeslaan, het vernietigen van hun wapenfabrieken, smokkelwegen en trainingskampen.....tot in onze Tweede Kamer leutert en zeurt men dat het `onwettig' is en tegen het `internationale recht' ingaat. Wat dat `internationale recht' dan inhoudt, wordt er nooit bijgezegd. Maar het klinkt goed en past precies in de Palestijns/Arabische propagandaoorlog die ten doel heeft IsraŽl te demoniseren. Alles wat IsraŽl doet wordt aangegrepen om IsraŽl in een kwaad daglicht te stellen.

Het gebruik van suggestieve en leugenachtige uitdrukkingen gaat verder dan het woord `bezetting'. Men spreekt van de `cyclus van geweld' en van `wraakacties' of vergeldingsacties als IsraŽl zich verdedigt tegen het Palestijnse Moslim-geweld. Zo worden de (zelf)- moordaanslagen van de Palestijnse terroristen, waarbij men erop uit is zoveel mogelijk burgers, waaronder babies, te vermoorden, gelijk gesteld aan de IsraŽlische verdedigende acties, waarbij slachtoffers onder de burgerbevolking zoveel mogelijk vermeden worden.

Dan zijn er de leugens over de Palestijnse vluchtelingen, geschiedkundige verdraaiingen, de mythe van het `Palestijnse volk', onzin over Jeruzalem als heilig stad van de Moslims, de belachelijke drukte die wereldwijd wordt gemaakt over 550 huizen in Joodse dorpen in Judea en Samaria. IsraŽl is inmiddels zo goed als volkomen in een isolement geraakt. De V.N. draagt daar nog eens een paar stenen aan bij doordat zo'n 30% van de resoluties tegen IsraŽl zijn gericht. De (Arabische) wereld wacht ongeduldig op het můment dat de V S. IsraŽl zal laten vallen. Dan zal, waarschijnlijk na een korte tussenperiode van een internationale vredesmacht in IsraŽl, de hel losbreken. De tijden zijn wel erg zwaar voor IsraŽl!

Drie gevaarlijke visies
Het isolement van IsraŽl is al een kleine 3.500 jaar geleden voorzegd door Bileam, die, gedreven door Gods Geest over IsraŽl zei: `Zie een volk dat alleen woont en onder de natiŽn zich niet rekent' (Num. 23:9). Dat hoort bij de uitverkiezing van dat volk door God. Maar de vraag naar het voortdurende lijden van IsraŽl blijft. Vanaf de verdrukking in Egypte onder Farao tot de moordaanslagen, verguizing en bedreigingen in deze tijd. Eeuwenlang was de Christenheid gauw klaar met deze vraag. `Ze hebben Christus vermoord', was het simpele antwoord. Af en toe wordt deze beschuldiging nog wel eens gehoord. Nu is men, vooral in evangelische kringen, iets subtieler. Het antwoord op de vraag naar het lijden van IsraŽl is dan: `Ze hebben Jezus nog niet aangenomen'. Deze broeders (en zusters) begrijpen niet dat IsraŽl als volk nog steeds onder de termen van het Oude Verbond leeft. Want God Zelf heeft `hun ogen verblind' en hen door een `geest van diepe slaap' door Golgotha heen laten slapen. Een derde, veel gehoorde opmerking is dat IsraŽl moest en nog steeds moet lijden en gestraft wordt vanwege hun zonden. Sommigen gaan zelfs zover dat ze in hun publicaties zware oordelen over IsraŽl afroepen. Natuurlijk zal elk vroom mens, voor zichzelf sprekend, zeggen: `Hij de HERE is rechtvaardig, want tegen zijn woord ben ik weerspanning geweest' (Klg. 1:18). Het gaat erom wie wat tegen de ander, tegen IsraŽl zegt. Als Job bekent: `Daarom herroep ik en doe boete in stof en as' (Job 42:6), is dat goed voor de HERE. Maar als zijn drie vrienden hun beschuldigende vingers naar hem uitsteken, worden ze krachtig door de Almachtige gecorrigeerd. Er zijn een aantal andere aspecten die we voorzichtig willen aanstippen.

Een waagstuk
Eigenlijk gaat het ons, gelovigen-uit-de-volken helemaal niet aan om over de diepe geheimen van het eeuwenlange en soms vreselijke lijden van het Joodse volk te spreken. Zonder er diep op in te gaan (we hopen dit een volgend artikel te doen) noemen we enkele oorzaken van het lijden van het Joodse volk:
  1. Omdat de Verlosser uit Sion zal komen. IsraŽl ondergaat de barensweeŽn van de komende Koning en zijn Rijk (Rom.11:26 en Openb.l2:1-6).
  2. Omdat IsraŽl een toetssteen is voor Gods zegen voor de volken, die op grond van hun houding tegenover IsraŽl geoordeeld zullen worden (Gen.3:12, Matt.25:31-46).
  3. Omdat IsraŽl Gods `eerstgeboren zoon' is (Exo.4:23). Al Gods zonen lijden op aarde.
  4. IsraŽl heeft geleden en lijdt ter wille van de grote en heilige Naam en de eenheid van de God van Abraham, Izak en Jakob (Deut.6:4 en Marc.l2:29). Zoals Christenen lijden ter wille van de belijdenis van de Here Jezus.
  5. IsraŽl's lijden heeft te maken met het lijden van de Messias. Immers zij zijn `vijanden om uwentwil' en `door hun val is het heil tot de heidenen gekomen' (Rom.11:28,12).
Al deze aspecten van het lijden van IsraŽl hebben ook een betekenis voor ons als gemeente. Alleen nog dit: Wij zijn geroepen om IsraŽl op deze zware weg van lijden en leugen te ondersteunen, te troosten en te bemoedigen.


Toegevoegd: 15 november 2003
Bron: Het zoeklicht nr.17, 79e jaargang.
Voor een abonnement op Het Zoeklicht, klik hier.


Print deze pagina
Terug