Wat is de oorzaak van het Midden-Oosten conflict?

Aan het oostelijke deel van de Middellandse Zee ligt een smalle, onbetekenende strook land. In vergelijking met bijvoorbeeld Nederland, heeft het slechts een oppervlakte van ongeveer de helft van ons land. Daarbij komt nog, dat een groot gedeelte bergachtig is en het in het zuiden een woestijn. Daarom, slechts een deel van het land is bewoonbaar. Echter, dank zij energieke technieken van bevloeiing van knappe ingenieurs, wordt de woestijn elk jaar iets kleiner en wordt er steeds meer land vruchtbaar en bewoonbaar. In dit land wonen momenteel ongeveer 6 miljoen mensen. Dat kleine land is de relatief nog jonge Staat IsraŽl, welke in 1948 door een wonder Gods is ontstaan.

Maar er is nog een groter wonder. Het gegeven dat IsraŽl tot de dag van vandaag nog steeds bestaat, ondanks dat men omringd is door vijandige Arabische volkeren, is een nog groter wonder. Zoals ook de hele geschiedenis van IsraŽl van oudsher vol met wonderen is geweest. IsraŽl is ook het enige volk tussen alle andere volken uit het verleden en uit het heden, waarvan de gehele geschiedenis nauwkeurig voorzegt en beschreven werd, tot in de kleinste details, in de Bijbelse profetieŽn. God is met dit volk en daarom zal het steeds winnen. Het kan soms fout dreigen te gaan, maar God zal dit volk steeds weer opvangen, zoals een moeder adelaar haar jongen opvangt en draagt op haar vleugels. God zegt in Exodus 19:4 tot IsraŽl ‘… ik heb u als op adelaarsvleugels gedragen… í .

Een woestijn komt tot bloei.
Voor het jaar 1948 was die kleine strook land niets anders dan een dorre woestijn, waar nauwelijks iets groeide. Nadat de Joden zich daar definitief vestigde en de Staat IsraŽl een feit was, begon de verandering. Precies zoals ook de Bijbel het honderden jaren tevoren door de profeet Jesaja voorzegt had. God had IsraŽl in de Bijbel o.a. beloofd, dat ze terug zouden keren naar dit land en dat de dorre woestijn weer zal gaan bloeien. Vandaag zien we deze belofte van God in vervulling gaan. Lees Jesaja 35:1 ‘De woestijn en de dorre plaatsen zullen vrolijk zijn, de wildernis zal zich verheugen en in bloei staan als een roos’.

Waarom gebeuren deze dingen met dit volk? Wel er rust een belofte van God op dit volk. Niet omdat dit volk beter is dan andere volkeren, zeker niet, maar omdat God Zijn plannen heeft met dit volk, o.a. wil Hij doormiddel van dit volk de wereld zegenen. Tegen alle verwachtingen van velen tegenstanders in, zien we ook in deze tijd dat de profetieŽn over IsraŽl vervuld worden. Gelukkig zijn er in toenemende mate christenen, die Gods plan met dit volk herkennen en voor IsraŽl gaan bidden. Maar tegelijk zien we ook de tegenstand en kritiek in de wereld toenemen.

Nederzettingen beleid.
Met name richt men zich ‘in deze tijd’ op het nederzettingen beleid van IsraŽl. De IsraŽlische regering heeft opnieuw besloten (2016), om de bouw van nieuwe nederzettingen in de zogenaamde bezette gebieden, toe te laten. Het is nu eenmaal noodzakelijk voor IsraŽl om woningen te hebben voor de groeiende bevolking en tegelijk is dit een manier om de woestijngrond verder te ontginnen.

Onder invloed van de Palestijnse propaganda, beschuldigen westerse landen IsraŽl systematisch van het inpikken van Palestijns land, waardoor men gaat twijfelen aan IsraŽls goede wil om vrede met het Palestijnse volk en haar Arabische buren na te streven. Normaal zou men zich niet druk maken en zou men eerder blij zijn dat IsraŽl het woestijnland wil ontginnen en bewoonbaar maken. Overigens is er geen sprake van het inpikken van land. De grond waarop gebouwd wordt is gewoon aangekocht, o.a. door het Joods Nationaal Fonds.

Maar omdat tegenstanders denken, dat hiermee de vooruitzichten op een z.g. tweestaten oplossing met het Palestijnse volk onmogelijk wordt, verzet men zich. Die zogenaamde tweestaten oplossing wordt door de westerse mogendheden algemeen gezien als de sleutel tot vrede in het Midden Oosten en is ook de uitkomst van de Amerikaanse buitenlandse politiek. Deze zogenaamde oplossing is echter geen oplossing.

Een tweestatenoplossing zal geen echte vrede geven, maar het zal eerder nog sneller tot een escalatie tussen de twee aartsvijanden leiden. Waarom? Omdat de strijd van o.a. de regerende partij van het Palestijnse volk, de Hamas, helemaal niet gaat om een eigen staat. Het gaat veel meer om de haat tegen het Joodse volk. Men zal niet tevreden zijn met een eigen Staat, omdat men feitelijk een eind wil maken aan de Staat IsraŽl en het Joodse volk wil verdrijven uit de regio. Hamas heeft het ook klaar en duidelijk in haar handvest staan, dat men de Staat IsraŽl en Ďalle Jodení totaal wil uitroeien. De tekst van het handvest maken ťťn ding zonneklaar: het denken van Hamas is doordrenkt van haat. Haat tegen de Joden (die in de koran als ďapen en zwijnenĒ worden afgeschilderd), maar ook haat tegen gematigde regimes in moslimlanden ťn haat tegen christenen.

Haat is de oorzaak.
Hamas zal daarom beslist niet tevreden zijn met een deel van het land. Dan hebben ze immers nog steeds een welvarende Joodse staat naast zich, waar ze zelfs in veel opzichten nog economisch afhankelijk van zijn. Laat ons niet vergeten dat veel Palestijnen mede door hun hoge bevolkingsgroei, wel verplicht zijn om te gaan werken bij IsraŽlische ondernemers. Op die manier zal de onvrede blijven groeien. De oorzaak van het probleem ligt in de haat, die al vroeg gezaaid wordt in de harten van de kinderen. Daar ligt de kern van het probleem.

Al jaren is de Hamas ook bezig Palestijnse kinderen op te voeden, in het leren haten van Joden, christenen, andere gelovigen en afvalligen van de Islam. Kinderen leren al vroeg op school leuzen te roepen als: ‘Dood aan Amerika! Dood aan IsraŽl! Vervloekt zijn de Joden! De overwinning is aan de Islam!’ Ze lopen rond met Islamitische symbolen en namaak geweren. Ze worden al jong geleerd dat een martelaar worden, doordat je sneuvelt in een gevecht met Jood of een ongelovige, is het hoogste ideaal voor een Moslim.

Deze vorm van negatieve beÔnvloeding van kinderen, betekent dat ook uit de nieuwe generatie, nieuwe vijanden voor IsraŽl zullen groeien en de strijd dus ook in de toekomst zal worden voortgezet. En dit is nu precies de bedoeling. Ook de Arabische buurlanden zullen niet rusten voordat ze IsraŽl van de kaart hebben geveegd. Dat moet dus wel op een volgende oorlog uitlopen en die oorlog moet IsraŽl weer winnen. Want de Arabieren kunnen tien oorlogen verliezen, maar de IsraŽliís slechts ťťn, want dan is het echt afgelopen met dit volk.

Haat is als een klein zaadje, wat geplant wordt in de harten van Palestijnse kinderen. Het zal langzaam gaan groeien en als het kind volwassen is, zal het een grote boom geworden zijn, die nauwelijks nog uit te roeien is. Alleen de liefde van Jezus is nog instaat om deze haat om te zetten in liefde. Gelukkig zijn er momenteel ook steeds meer Palestijnse christenen, die in het geheim samen komen en bidden voor hun volk. Een groeiend aantal moslims bekeert zich tot het christendom, maar zij worden wel hevig vervolgd. Familieleden en extremistische moslims bedreigen hen.

Aan wie behoort het land Palestina toe.
Wie heeft Bijbels gezien, feitelijk recht op het land van IsraŽl? Het volk IsraŽl of de Arabieren? Beide groepen eisen het land voor zich op, beide op grond van het feit dat ze afstammelingen zijn van Abraham, aan wie God het met een verbondsbelofte had gegeven. Vaak wordt gezegd dat het niet juist is, om je bestaansrecht als land te baseren op een belofte die God 4000 jaar geleden aan Abraham gegeven zou hebben. Maar het is uitdrukkelijk niet alleen de Joden die hun rechten op het land op deze manier doen gelden, maar beslist ook de Palestijnen. Om die reden kunnen we er niet omheen, dat ook deze zienswijze onderdeel is van het conflict.

Gods belofte aan Abraham.
In Genesis 17:8 lezen wij, dat God Abraham het land beloofd. God zei: ďEn Ik zal u, en uw zaad na u, het land van uw vreemdelingschappen geven, het gehele land Kanašn, tot eeuwige bezitting; en Ik zal hun tot een God zijnĒ.

Dus niet alleen Abraham, maar ook zijn nageslacht. Maar, wie vormen dan het nageslacht van Abraham, aan wie het land werd beloofd als een altijddurende, onvervreemdbare bezitting? Dit is de basisvraag, die de kwestie van het gehele Midden-Oosten beheerst.

IsmaŽl en Izašk.
Daarvoor moeten we terug in de geschiedenis, naar de twee zonen van Abraham, Izašk en IsmaŽl. Uit Izašk kwam Jakob voort, waar uiteindelijk de 12 zonen uit voort kwamen, die de stamvaders van IsraŽl zijn geworden. Uit IsmaŽl kwamen IsmaŽlieten voort en de hedendaagse Arabisch volkeren, die elkaar nog steeds bestrijden.

De strijd tussen IsraŽl en de Arabieren is dus meer dan vierduizend jaar geleden begonnen als een ruzie tussen twee broers, zonen van dezelfde vader, maar wel van verschillende moeders. Joden zowel als Arabieren, zijn dus in letterlijke zin allebei nakomelingen van Abraham.

IsmaŽl was wel de oudste zoon in het gezin van Abraham. Deze IsmaŽl is de onmiddellijke voorvader van de tegenwoordige Arabieren. Hij was Abrahams eerstgeborene, maar wel geboren uit de slavin van Sara genaamd Hagar. Abraham had geen andere zoon, dus beschouwde Abraham IsmaŽl vanzelfsprekend als zijn erfgenaam, waarop ook Gods verbondsbelofte met betrekking tot het land zou over gaan.

IsmaŽl bleek echter niet Gods keuze te zijn en daarom kwam de Heer opnieuw tot Abraham en bevestigde Zijn belofte dat Sara zelf nog een zoon zou baren, die de feitelijke erfgenaam zou zijn. (lees Gen. 17:19-21) ďEn God zeide: Voorwaar, Sara, uw vrouw, zal u een zoon baren, en gij zult zijn naam noemen Izašk; en Ik zal Mijn verbond met hem oprichten, tot een eeuwig verbond voor zijn zaad na hem. En aangaande IsmaŽl heb Ik u verhoord; zie, Ik heb hem gezegend, en zal hem vruchtbaar maken, en hem gans zeer vermenigvuldigen; twaalf vorsten zal hij gewinnen, en Ik zal hem tot een groot volk stellen; maar mijn verbond zal Ik met Izašk oprichten, die u Sara op dezen gezette tijd in het andere jaar baren zalĒ.

Deze uitspraak is duidelijk en kan niet worden misverstaan. God zegt duidelijk, dat IsmaŽl geen recht heeft op het land der belofte. Het behoort toe aan Isašk, de zoon van het verbond.

Dit alles is het begin van de strijd tussen IsraŽl en de Arabische volken. Later werd de naam Jakob veranderd in IsraŽl. Zijn nakomelingen zijn het zaad van Abraham, de IsraŽlieten, zoals wij hen nu en uit de geschiedenis kennen. De Arabieren zijn de nakomelingen van IsmaŽl.

Wat staat IsraŽl in deze tijd te wachten?
In de Bijbel kunnen we lezen wat er in de toekomst gaat gebeuren met IsraŽl. De Bijbel spreekt over een oorlog van Ďalle volkení tegen Jeruzalem, wat symbool staat voor heel IsraŽl (Lees Zacharia 12 en 14 ) en gedeeltelijk is die oorlog al lang aan de gang. De Bijbel (EzechiŽl 38 en 39) vertelt verder over een machtig leger uit het Noorden (Rusland, Iran en Turkije ?) dat IsraŽl zal binnenvallen. In Psalm 83 lezen we over plannen van Arabische landen om IsraŽl binnen te vallen. In al die gevallen zal de God van IsraŽl ingrijpen en loopt het met de antisemitische aanvallers slecht af.

De antichrist zal nog komen, de grote wereldleider van het laatste uur (2 Thes.2:9,10). Voor een korte periode zal IsraŽl menen dat hij de beloofde Messias is. Hij zal ook een schijnvrede brengen tussen IsraŽl en de Arabische volkeren rondom en het weer mogelijk maken dat IsraŽl zín tempel herbouwd in Jeruzalem. Maar deze wereldleider zal in zín hoogmoed steeds verder groeien en tenslotte in de tempel van IsraŽl zich als een God laten vereren (2 Thes.2:3,4). Dan zullen ze inzien bedrogen te zijn en vluchten naar de bergen en de woestijn. Uiteindelijk zal de Verlosser, de Messias Zelf ingrijpen en zal de Here Jezus zijn koninkrijk van recht en gerechtigheid op aarde brengen (2 Thes.2:8).
God waarschuwt in Zijn Woord niet zomaar de beschuldigende vinger uit te steken richting IsraŽl en het Joodse volk. Luister:

  • Te dien dage zal Ik Jeruzalem maken tot een steen die alle natiŽn moeten heffen; allen die hem heffen, zullen zich deerlijk verwonden. (Zacharia 12:3).
  • Tot Sion zegt God: ĎWant het volk en het koninkrijk die u niet willen dienen, zullen te gronde gaan, en die volken zullen zeker verwoest worden’ (Jesaja 60:12). Laat dit een waarschuwing zijn voor alle landen en volken die zich nu tegen Israel keren.

De druk op IsraŽl neemt toe
ĎHamas heeft sinds IsraŽls terugtrekking uit de Gazastrook in meer dan duizenden raketten en mortiergranaten op IsraŽlische steden en dorpen afgevuurd, waarvan zo’n 3000 in het afgelopen jaar’. Er zijn ondergrondse gangen gegraven, zodat men ongezien IsraŽl kon binnen vallen. Het doel was zoveel mogelijk mensen te doden en verwonden en het zuiden van IsraŽl onleefbaar te maken. Ondanks het kleine aantal fatale slachtoffers, maken de raketten een normaal leven voor honderdduizenden mensen onmogelijk. De raketten worden steeds beter en kunnen nu ook de steden Ashdod en Beersheva bereiken, waar meer dan een half miljoen mensen leven.’
Natuurlijk, IsraŽl heeft het recht zich te verdedigen tegen een terreurorganisatie en dat doen ze ook, maar ik hoop dat meer mensen, vooral in IsraŽl, zich gaan realiseren dat er zonder Jezus geen echte vrede mogelijk is. Er komt geen echte vrede zolang de harten van mensen niet veranderen.’

De God van IsraŽl staat achter IsraŽl
Elk volk en elke leider die IsraŽl onder druk zet om het land te verdelen, zal daarvan eens de consequenties moeten dragen. Daar is de Bijbel heel duidelijk over. Lees maar wat Joel 3 zegt: Ď…Ik zal alle volken verzamelen en afvoeren naar het dal van Josafat, en Ik zal aldaar met hen in het gericht treden ter oorzake van Mijn volk en Mijn erfdeel IsraŽl, dat zij onder de volken verstrooid hebben, terwijl zij Mijn land verdeelden en over Mijn volk het lot wierpen…’

Dit is dan de profetische uitspraak, die voor onze ogen wordt vervuld. Het grootste internationale wonder uit de hele geschiedenis is de terugkeer van IsraŽl naar het beloofde land, nadat ze vijfentwintig eeuwen onder de volken der aarde verstrooid waren. Het is de aanzet tot de vervulling van Gods woorden, ons opgetekend in EzechiŽl 36.

ďWant Ik zal u uit de heidenen halen, en zal u uit al de landen vergaderen; en Ik zal u in uw land brengen. Dan zal Ik rein water op u sprengen, en gij zult rein worden; van al uw onreinheden en van al uw drekgoden zal Ik u reinigen. En Ik zal u een nieuw hart geven, en zal een nieuwe geest geven in het binnenste van u; en Ik zal het stenen hart uit uw vlees wegnemen, en zal u een vlesen hart geven. En Ik zal Mijn Geest geven in het binnenste van u; en Ik zal maken, dat gij in Mijn inzettingen zult wandelen, en Mijn rechten zult bewaren en doen. En gij zult wonen in het land, dat Ik uw vaderen gegeven heb, en gij zult Mij tot een volk zijn, en Ik zal u tot een God zijnĒ (Ezech. 36:24-28).

Deze profetie zien wij in deze tijd naar zijn vervulling toe gaan. Er moet echter nog ťťn ding gebeuren, voordat alle profetieŽn betreffende IsraŽl vervuld kunnen worden. Die ene gebeurtenis is de terugkeer van de Heer Jezus vanuit de hemel en de opname der Gemeente. Wat schijnt dat ogenblik, gezien in het licht van alles wat er de laatste jaren is gebeurd en wat met versneld tempo in de komende tijd zal gebeuren, toch dichtbij.

De spanning tussen de zoon van Isašk, IsraŽl en de zonen van IsmaŽl groeit in het Midden-Oosten met de dag. Spoedig zullen wij de bazuinstoten van de hemel horen en iedere gelovige zal worden opgenomen, de Heer tegemoet, voordat ďde tijd van Jakobs benauwdheidĒ aanvangt.

Gezien de hedendaagse gebeurtenissen in het licht der profetie is dit de meest dringende vraag: ďBent u klaar om de Heer te ontmoeten?Ē Bent u echt klaar?

ďZie, Ik kom haastig; zalig is hij, die de woorden van de profetie van dit boek bewaartĒ (Openb.22:7).


Bron: Evangelisch Nieuws.
Toegevoegd: 16 augustus 2017



blog comments powered by Disqus


Print deze pagina
Terug