Wanneer ontstonden de "Palestijnse mensen"? Google heeft het antwoord.

Alle mensen geboren in het Britse Mandaat Palestina tussen 1923-1948 (hedendaagse IsraŽl) hadden in die tijd "Palestina" in hun paspoort gestempeld. Maar toen ze Palestijnen werden genoemd, waren de Arabieren beledigd. Ze klaagden: "We zijn geen Palestijnen, wij zijn Arabieren. De Palestijnen, dat zijn de Joden".

In een opiniestuk in de Guardian van 1 november 2017, voorafgaand aan de 100e verjaardag van de Balfour Verklaring, riep President Mahmoud Abbas het Verenigd Koninkrijk op om het schrijven van het document, dat een eeuw van "lijden" aan het "Palestijnse volk" inluidde, in ťťn klap op te verwerpen. Abbas herhaalde deze claims die hij maakte sinds 2016, ter rechtvaardiging van een surrealistische rechtszaak waarmee hij heeft gedreigd om die tegen Groot-BrittanniŽ aan te spannen vanwege de steun voor het "oprichten van een vaderland voor ťťn volk [Joden], wat zoals hij beweerde "resulteerde in de onteigening en voortzetting in de vervolging van een ander volk".

"Palestijnen" waren de Joden die er woonden, samen met de moslims en christenen in het land Palestina, zoals dat onder het Britse bestuur van 1917 tot 1948 werd genoemd.

Alle mensen die daar zijn geboren tijdens de tijd van het Britse mandaat, hadden "Palestina" in hun paspoort gestempeld. Maar de Arabieren waren beledigd toen ze Palestijnen werden genoemd. Ze klaagde: "We zijn geen Palestijnen, wij zijn Arabieren. De Palestijnen, dat zijn de Joden".

Bernard Lewis legt uit:

"Met de opkomst en verspreiding van de pan-Arabische ideologieŽn was het alsof Arabieren niet als Zuid-SyriŽrs, de Palestijnen begonnen zich te doen gelden. Voor de rest van de periode van het Britse mandaatgebied, en gedurende vele jaren daarna, beschreven hun organisaties zichzelf als Arabisch en met hun nationale Arabische identiteit in plaats van Palestijns, of zelfs in Syrische termen uitgedrukt."

Toen dan op 14 mei 1948 de onafhankelijkheid van IsraŽl werd verklaard, probeerden vijf Arabische legers tezamen de baby-natie te doden, nog in zijn wieg. Nadat ze werden tegengehouden, vluchtten sommige van de plaatselijke Arabieren in die de oorlog en wilden terug, maar ze werden beschouwd als een vijfde colonne en meesten mochten niet terug komen. De Arabieren die loyaal waren aan IsraŽl, en waren gebleven tijdens de oorlog met hun nakomelingen, zijn er nog steeds en maken vandaag eenvijfde deel uit van de IsraŽlische bevolking. Ze staan bekend als IsraŽlische Arabieren; zij hebben dezelfde rechten als de Joden, terwijl ze niet wettelijk verplicht zijn om te dienen in het leger. Zij kunnen dat wel vrijwillig doen, als ze het willen.

IsraŽlische Arabieren hebben hun eigen politieke partijen. Ze dienen als leden van de Knesset en zijn in alle beroepen werkzaam. De moraal is, of zou dat moeten zijn: geen oorlog starten tenzij u bereid bent te verliezen - zoals de Arabieren in en rond IsraŽl herhaaldelijk in 1947-48, 1967 en 1973 hebben gedaan.

Overigens omvatte het land dat in het Britse mandaat voor Palestina voor de Joden in bewaring werd gehouden, aanvankelijk alles wat nu het Koninkrijk JordaniŽ is, dat in 1946 als het koninkrijk TransjordaniŽ onafhankelijk werd verklaard.

( )

(Afbeeldingsbron: Wikimedia Commons)

Minder dan een week na het artikel in de Guardian, echode Omar Barghouti, de aanstichter van de huidige pogingen om IsraŽl te vernietigen door het economisch te verstikken, in een stuk van Abbas in Newsweek, en noemde de Balfour Verklaring "een tragedie voor het Palestijnse volk."

Hetzelfde gevoel kwam aan het eind van september tot uitdrukking in een college, dat gegeven werd door Rashid Khalidi - hoogleraar moderne Arabische Studies aan de Columbia Universiteit - tijdens de Hagop Kevorkian Center for Near Eastern Studies in New York City: dat de Balfour Verklaring "een eeuw durende aanval lanceerde op de Palestijnen en gericht was op het implanteren en bevorderen van dit nationale vaderland, later de staat IsraŽl genoemd, op hun kosten..."

De claims van Khalidi zijn net als die van Abbas en Barghouti, vals. Voorafgaand aan de vaststelling van de staat IsraŽl in 1948 waren er geen "Palestijnen". Zoals de prominente Libanees-Amerikaans historicus en Midden-Oosten-deskundige Philip Hitti verklaarde in zijn getuigenis voor de 1946 Anglo-Amerikaanse EnquÍte Commissie: "Er is niet zoiets als een Palestina in de geschiedenis, absoluut niet."

De auteurs Guy MilliŤre en David Horowitz gaan in 2015 uitgebreid in op dit punt in hun boek Comment le peuple palestinien fut inventť ("Hoe de Palestijnse mensen werden uitgevonden"), ter illustratie dat het doel van de fabricage was het "om te zetten tot een wapen van massavernietiging tegen IsraŽl en het Joodse volk, om IsraŽl te demoniseren, en dat totalitarisme en antisemitisme de vernieuwde actiemiddelen zijn."

De truc werkte in de loop van de tijd boven verwachtingen. De term "Palestijnen" werd over de hele wereld gebruikt - ook in IsraŽl - en definieerde de Arabieren die leven op de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook. Het is ook vaak gebruikt voor het beschrijven van Arabieren met een IsraŽlisch burgerschap. Het verhaal dat de Joden hen verdreven met de vaststelling van een staat is volledig in tegenspraak met de feiten.

Wat zijn deze feiten? Wanneer zijn de "Palestijnse mensen" eigenlijk gemaakt? Eenvoudig met behulp van de Google Ngram Viewer wat het antwoord geeft.

Ngram is een database met grafieken die de frequentie van bepaalde woordgroepen weergegeven in boeken gepubliceerd tussen de jaren 1500 tot en met 2008. Wanneer een gebruiker de zinnen "Palestijnse mensen" en "Palestijnse staat" in de zoekbalk van Ngram ingeeft, ontdekt men dat dit niet eerder begon te verschijnen dan in 1960.

In zijn brief van 2 november 1917 aan Walter Rothschild, als de leider van de Joodse Gemeenschap van Groot-BrittanniŽ, schreef de Minister van Buitenlandse Zaken, Lord Balfour:

"Hare Majesteits regering kijkt met genoegen naar de vestiging van een nationaal tehuis voor het Joodse volk in Palestina, en zal haar beste inspanningen doen ter vergemakkelijking vn de totstandbrenging van dit object. Het is duidelijk dat er niets mag worden gedaan wat afbreuk doet aan de burgerlijke en godsdienstige rechten van de bestaande niet-Joodse gemeenschappen in Palestina [nadruk toegevoegd], of de rechten en de politieke status die Joden in een ander land genieten."

Tot slot, naast Ngram, er zijn de woorden van de PLO-leider Zuheir Mohsen uitsprak in een interview maart 1977 met het dagblad Trouw:

"Het Palestijnse volk bestaat niet. De oprichting van een Palestijnse staat is slechts een middel ter voortzetting van onze strijd tegen de staat IsraŽl voor onze Arabische eenheid. In werkelijkheid is er vandaag geen verschil tussen de JordaniŽrs, Palestijnen, SyriŽrs en de Libanezen. Alleen vanwege politieke en tactische redenen spreken wij vandaag over het bestaan van een Palestijns volk, aangezien de Arabische nationale belangen vragen dat wij het bestaan van de afzonderlijke Palestijnse mensen poneren om zich te verzetten tegen het zionisme.

"Vanwege tactische overwegingen kan JordaniŽ, dat een soevereine staat is met vastgestelde grenzen, geen aanspraken maken op Haifa en Jaffa, terwijl men dat als een Palestijn wel kan; ik kan ongetwijfeld Haifa, Jaffa, Beer-Sheva en Jeruzalem opeisen. Maar op het moment dat we ons recht op heel Palestina terugkrijgen, zullen we zelfs geen minuut wachten om Palestina en JordaniŽ te verenigen".



Bron: gatestoneinstitute.org.
Toegevoegd: 26 november 2017



blog comments powered by Disqus


Print deze pagina
Terug