Nooit bestond er een Palestijnse staat

De Palestijnen willen zo snel mogelijk een zelfstandige staat. De wereld wil dat ook. De Palestijnen beroepen zich op hun historische rechten op Judea, Samaria, Oost-Jeruzalem en Gaza. Ten onrechte, overigens. Immers, in de geschiedenis heeft er nog nooit een Palestijnse staat bestaan. De wereld wil dit kennelijk niet weten. Maar het is wel de waarheid! Een waarheid die heel de wereld en zeker de media zou moeten weten.

Het was een slimme zet van de toenmalig Palestijnse leider Yasser Arafat om in 1964 de PLO, de Palestinian Liberation Organisation (Palestijnse Bevrijdings Organisatie) uit te roepen. Op dat moment waren Judea, Samaria en Oost-Jeruzalem, ook wel de Westbank genoemd, nog in Jordaanse handen. Niemand sprak er toen over dat JordaniŽ de Westbank had bezet.

In 1967 werd Israel aangevallen door verscheidene Arabische landen. Hun doel was de staat IsraŽl te vernietigen, van de kaart te vegen. Maar IsraŽl won de oorlog en kreeg de Westbank in handen, evenals Gaza, dat voorheen in Egyptische handen was. De Arabieren begonnen die oorlog, die ze verloren. Wat ze wel Ďwonnení, was Ė wat de Palestijnen ten onrechte zo noemen Ė de Ďbezettingí van de Westbank door IsraŽl. Beter is de term Ďbetwisteí gebieden.

De Palestijnen hebben reeds het overgrote deel van deze betwiste gebieden in handen, maar ze willen alles. En ze willen erkend worden als staat, door IsraŽl en door de wereld. Ze beweren dat ze vechten voor hun oude thuisland. Daarmee misleiden ze zichzelf en de wereld.

IsraŽl bestaat al sinds 1312 voor Christus
IsraŽl werd een zelfstandige natie in 1312 voor Christus. Veertig jaar later, in 1272 voor Christus, veroverde IsraŽl het land en had het duizend jaar in bezit. Zelfs nadat de BabyloniŽrs en de Romeinen een einde maakten aan de Joodse soevereiniteit bleven er altijd Joden wonen.

Maar nooit in de geschiedenis heeft er een Palestijnse staat bestaan. In de Bijbel kom je wel de Filistijnen tegen. En heel vaak worden Palestijnen en Filistijnen door elkaar heen gehaald, terwijl het beslist niet over dezelfde mensen gaat. De Bijbel spreekt voor het eerst over Filistijnen in Genesis 10:14: ĎÖde Kasluchieten Ė uit wie de Filistijnen voortgekomen zijn Ė en de Kaftorieten.í De Kasluchieten zijn het nageslacht van MitsraÔm, de tweede zoon van Cham, die een zoon van Noach was. De Filistijnen zijn dus geen nakomelingen van Sem of Jafeth, de beide andere zonen van Noach.

De IsraŽlieten stammen van Sem af, evenals vele Arabische stammen (volken), onder wie de Palestijnen. Van de Filistijnen is bekend dat ze tot de zogenaamde zeevolken behoorden. Volgens de profeten Amos (9:7) en Jeremia (47:4) komen de Filistijnen uit Kaftor. Met Kaftor zou het huidige Kreta worden bedoeld, of misschien Cyprus.

Palestijnen stammen niet af van de Filistijnen
De Filistijnen woonden in het huidige Gaza. Toen heette dat gebied Gerar. Abraham vertoefde nog als vreemdeling in dat gebied (Genesis 20:1). Maar het was niet zijn thuis. De Palestijnen beweren Ė ten onrechte Ė dat ze afstammen van de Filistijnen en van Abraham, die daar volgens hen gewoond zou hebben, zodat zij nu aanspraak op Gaza kunnen maken.

In Exodus 23:31 lezen we dat de Heere aan Zijn volk IsraŽl de belofte geeft: ĎIk zal uw grenzen vaststellen, van de Schelfzee tot aan de zee van de Filistijnen, en van de woestijn tot aan de rivier, want Ik zal de bewoners van het land in uw hand geven, zodat u hen vůůr u uit kunt verdrijven.í Dus ook het gebied van de Filistijnen, van hen die aan de zee wonen, zegt de Heere toe aan Zijn volk. Eťnmaal zal ook Gaza volledig aan IsraŽl toebehoren.

De naam Gerar, waar de Filistijnen woonden, veranderde in het land Filistea (Exodus 15:14). Jozua veroverde met IsraŽl het land Kanašn, behalve het land van de Filistijnen (Jozua 13:2). De goden van de Filistijnen, Dagon, Astoret en Bašl Zebub, werden IsraŽl tot een valstrik. Het Bijbelboek Richteren laat zien dat daardoor de toorn van de Heere tegen IsraŽl ontbrandt. De richters Samgar, Jefta en Simson strijden tegen de Filistijnen. Door de Filistijnse vrouw Delila komt Simson ten val. In Gaza steken ze hem de ogen uit, maar in de tempel van hun afgod Dagon geeft God hem nog eenmaal kracht om in zijn sterven meer Filistijnse slachtoffers te maken dan tijdens zijn leven.

Dit commentaar zou te uitgebreid worden om hier heel te geschiedenis van de Filistijnen te vermelden. Ik wil nog wel wijzen op de Filistijnse reus Goliath, die David in de Naam van Heere versloeg en zo zijn volk redde van de overheersing van de Filistijnen.

Keizer Hadrianus noemt het hele land Palestina
Eeuwen voor onze jaartelling kwam er al een einde aan het Filistijnse volk, wat is opgegaan in andere volken. Nadat de Romeinen in het jaar 70 na Christus Jeruzalem totaal hadden verwoest, volgde in het jaar 135/136 nog het neerslaan door de Romeinen van de opstand van Simon bar Kochba. Daarna wilden de Romeinse keizer Hadrianus de herinnering aan IsraŽl totaal uitwissen. Hij gaf daarom hele gebied de naam Palestina. Die naam was verwant aan Filistea en herinnerde de Joden aan hun vijanden.

Toch is er in de eeuwen die volgden altijd een Joodse aanwezigheid in het land gebleven. De bewoners van het land bestonden en bestaan uit Joden, BedoeÔnen en in latere tijden eveneens uit Arabieren. Het was pas met de opkomst van de PLO in 1964, onder leiding van de uit Egypte afkomstige Yasser Arafat, dat de geclaimde naam Palestina meer en meer als naam voor de Arabische bevolking werd gebruikt.

De huidige Palestijnen zijn geen nakomelingen van de Filistijnen en kunnen daarom ook geen rechten op welk stuk land van IsraŽl dan ook laten gelden. Het zijn Arabieren en nazaten van Joktan (1 Kronieken 1), van Esau en van de zonen van Hagar en Ketura (de vrouw van Abraham). Het zijn allen nakomelingen van Sem, evenals het Joodse volk.

Nergens in de Bijbel en ook niet in de geschiedenis is er sprake van een Palestijns volk. Het zijn Arabieren, uit verschillende Arabische landen. Het is trouwens vreemd dat bij diverse kerken en gemeenten in ons land nog steeds landkaarten aan muur hangen met daarop de naam Palestina in plaats van IsraŽl. Het is mijn voorstel om die zo snel mogelijk te verwijderen en nieuwe kaarten op te hangen met daarop helder en duidelijk de naam IsraŽl.

Toen de VN in 1947 besloot Palestina op te delen in een Arabische en een Joodse staat, vluchtten veel Arabieren weg uit wat de Joodse staat zou worden. Nadat in 1948 de Joodse staat IsraŽl was uitgeroepen, vertrokken opnieuw velen uit het Joodse gebied. Via de radio werden ze vanuit Damascus en CaÔro opgeroepen het land te verlaten. Later, als de Arabieren de jonge staat IsraŽl zouden hebben vernietigd, zouden ze kunnen terugkeren. Maar dat gebeurde nooit, waardoor het ĎPalestijnseí vluchtelingenprobleem is ontstaan.

Geestelijke strijd
De oprichting van de PLO was een zeer slimme zet. De vluchtelingen worden sindsdien ingezet in een politieke en soms ook militaire strijd. De Palestijnen zijn gaan geloven in hun eigen idee dat ze een apart volk vormen, met oude rechten op het hele land. Omdat ook de overgrote meerderheid van de media dit gelooft, wordt de wereldwijde opinie ook deze kant opgestuurd. En omdat ook de meeste wereldleiders hiervan ook overtuigd zijn, wordt IsraŽl onder zware druk gezet akkoord te gaan met de vorming van een zelfstandige Palestijnse staat.

Achter de strijd om het land IsraŽl, waarvan ik geloof dat God het hele land aan Zijn volk heeft gegeven, inclusief Judea, Samaria en heel Jeruzalem, gaat een geestelijke strijd schuil. Het land is Gods land. Het is de satan, die de Palestijnen opstookt om hun eigen staat te claimen en uit te zijn op de vernietiging van IsraŽl. Als de satan dat voor elkaar zou krijgen, kunnen Gods toekomstplannen, waarin IsraŽl een zeer belangrijke rol speelt, niet doorgaan. Maar de God van IsraŽl is machtiger dan de satan. Hij is overwinnaar. Wat een troost en bemoediging voor IsraŽl en voor het Joodse volk. Alles gaat heen naar het moment dat heel IsraŽl zalig zal worden.

Het is niet eerlijk om het lijden van de Palestijnen toe te schrijven aan IsraŽl, zoals velen doen. Het zijn de Arabische leiders die daar voor een belangrijk deel verantwoordelijk voor zijn. Ook de eigen Palestijnse leiders denken veelal veel meer aan zichzelf dan aan de mensen voor wie ze zich zouden moeten inzetten.

Zal er ooit vrede komen? Ja, zeker! In het klein vindt dat al plaats als er onderlinge verzoening plaatsvindt. Daar zijn aangrijpende getuigenissen van, ook van christenen die elkaar vinden aan de voet van het kruis van de Heere Jezus. Eenmaal, wie weet hoe spoedig al, zal de Vredevorst, Jezus Christus, Zijn Rijk van vrede en gerechtigheid vestigen. Naar dat moment zien we uit met groot verlangen. Bid om de vrede van Jeruzalem!


Bron: www.dirkvangenderen.nl.
Toegevoegd: 28 juni 2015



blog comments powered by Disqus


Print deze pagina
Terug