Paasfeest of Pesach?

In ieder geval tot aan de 4e eeuw na Christus werden het Paasfeest en Pesach op dezelfde kalenderdag gevierd. Hoewel de vroege kerk de nadruk legde op het lijden, sterven en opstaan van Jezus Christus, werd steeds het verband met de bevrijding uit Egypte gelegd. Maar dat veranderde.

Het was de Romeinse keizer Constantijn een aanstoot dat christenen de dood en de opstanding van Christus vierden op Pesach, een in zijn ogen ‘Joods feest’. Al snel werd besloten om voortaan het ‘Paasfeest’ te vieren op de zondag, volgend op de eerste volle maan na de lente-equinox. Dit was overigens ook de dag dat de Romeinen de ‘godin van de vruchtbaarheid’ eerden. Als ‘symbool van vruchtbaarheid’ gaf men elkaar toen ook al eieren !1
In het boek Leviticus stelde God echter een aantal feesten in als Zijn feesten, als heilige samenkomsten. In het Hebreeuws kan men ook lezen dat het hier om heilige repetities gaat, of zoals Paulus het stelde, schaduwen van (toekomstige) gebeurtenissen. Deze feesten worden onderverdeeld in voorjaars- en najaarsfeesten. Hoewel de vroege kerk dus al in de eerste eeuwen na Christus de meeste feesten als ‘Joods’ bestempelde en ze daarom van de kerkelijke kalender haalde of ze weghaalde van de dagen die God had aangewezen, bleken de feesten op een heel bijzondere manier Gods Reddingskalender te laten zien. De voorjaarsfeesten omvatten:
• Pesach
• Ongezuurde Broden
• het Eerstelingenfeest

Terug op de kalender
In dit en volgend artikel willen we deze voorjaarsfeesten weer terugzetten op onze kalender en ze verbinden met de oorspronkelijke feestdagen. Datum én betekenis herstellen immers ons zicht op Gods bedoeling. Door Gods Hebreeuwse Kalender opnieuw als uitgangspunt te nemen, zullen we ontdekken dat Jezus Christus precies op de daarvoor aangewezen dagen de werkelijke betekenis van die feesten liet zien, nadat het schaduwbeeld van die feesten al ruim 1600 jaar gevierd werd in Israël. Overigens is er aanzienlijk bewijs dat ten minste enkele van deze feesten ook al voor de slavernij in Egypte door de aartsvaders werden gevierd. Dat is overigens niet meer dan logisch, want ze waren niet exclusief tot het mozaïsch verbond beperkt, omdat ze al die tijd op Jezus Christus wezen. Maar er is meer, want bij de behandeling van de najaarsfeesten zullen we zelfs moeten vaststellen dat deze feesten nog op hun vervulling door Jezus Christus wachten, rondom Zijn tweede komst.

Aanloop naar Pesach
Vier dagen voor Pesach wordt het lam voor de natie door de stadspoort binnengebracht in de tempel. Elke familie selecteert eveneens een lam om dit vier dagen lang te onderzoeken op ‘vlek of rimpel’. Precies op deze dag kwam Jezus Jeruzalem binnen om vervolgens, parallel met de schaduw, vier dagen tot aan het Kruis ‘ondervraagd’ te worden door farizeeën, overpriesters en Herodes. Zelfs aan het kruis constateerde een van de misdadigers dat Hij niets verkeerd had gedaan.
Het laatste avondmaal was ook niet zomaar een avondmaaltijd, maar een Sedermaaltijd die herinnerde aan de bevrijding en uittocht uit Egypte. Precies tijdens deze maaltijd en op deze kalenderdag stelde Jezus het Nieuwe Verbond in door Zijn bloed. Daarmee verbond Hij de schaduw – van het voorbijgaan van oordeel en dood door het aanbrengen van het bloed van het lam aan de deurpost – met de werkelijkheid van Zijn bevrijding uit ons Egypte door Zijn bloed. Jezus vervulde dit feest tot op het uur nauwkeurig, reden genoeg om de rituelen van het Pesachfeest op Nisan 14 in de tempel erbij te betrekken.

Het Pesachlam geofferd
Rond 9.00 uur in de ochtend bond de hogepriester het Pesachlam voor de natie aan de hoorns van het brandofferaltaar. Niet toevallig zegt de Bijbel dat Jezus precies op datzelfde uur werd gebonden aan het kruishout op Golgotha. Die plek lag waarschijnlijk op enkele honderden meters van het Tempelplein, op een heuvel net buiten de stadsmuren. De rituelen van een schaduwfeest of repetitie én de Passie-gebeurtenissen van het werkelijke Pesach vinden dus op een steenworp van elkaar plaats! Maar wie begreep toen de werkelijkheid in Christus?
Als rond 3 uur in de namiddag het gewone middagoffer is gebracht, dan klinkt de bazuin en slacht de hogepriester ook het Pesachlam voor de natie. Op datzelfde uur – en waarschijnlijk hoorde Jezus de bazuin nog – legt Jezus aan het Kruis Zijn leven vrijwillig af. Jezus Christus vervulde zo het Pesachfeest dat eeuwenlang in het teken van de bevrijding uit Egypte en het aan hen voorbijgaan van de dood werd gevierd. Nu we het exacte verband zien tussen de schaduw van het Pesachfeest en de werkelijke betekenis ervan in Jezus Christus, verstaan we waarom we dit feest jaarlijks mogen vieren.
Keizer Constantijn verdoezelde de datum en de betekenis van het Pesachfeest. In onze tijd mogen wij dit verband weer herstellen. Immers, het Pesachfeest heeft een heel diepe betekenis voor ons eigen geloofsleven. Voor de Hebreeërs gold dat ze zichzelf niet konden ontworstelen aan de macht van farao. Parallel daaraan zijn wij door het bloed van het Pesachlam bevrijd uit de macht van de overste van deze wereld. De mens kan zich niet met eigen kracht ontworstelen aan de zondeslavernij van de geestelijke farao.
De beenderen van het Pesachlam mochten niet gebroken worden. De Israëlieten moeten zich eeuwenlang hebben afgevraagd waarom dat niet mocht. Pas veel later, toen de beenderen van Jezus niet gebroken werden aan het Kruis, kon het verband tussen deze schaduw en de werkelijkheid begrepen worden. De Psalmist voorzegde dit al en Johannes geeft aan dat dit in het Oude Verbond werd opgetekend ‘opdat ook gij gelooft’ (Psalm 34:21, Johannes 19:35-36). Oude en Nieuwe Testament worden voortdurend verbonden.

Water en bloed
Wij hebben zo ons eigen beeld gecreëerd van die lijdensweek van Christus, hoewel het vaak zo anders is dan de werkelijkheid. Het was precies de tijd dat alle mannen in de tempel in Jeruzalem moesten verschijnen, waardoor het een drukte van jewelste was in de straten van Jeruzalem. De geschiedschrijver Flavius Josephus beschrijft dat er elk jaar wel 275.000 lammeren2 op het tempelplein werden geslacht en hoe het bloed van deze lammeren op die 14e Nisan vanaf de voet van het altaar, met water vermengd, in de Hinnom-vallei stroomde, buiten Jeruzalem.
In die vallei werd het afval van de stad verbrand en het was eeuwen daarvoor het toneel geweest van kinderoffers aan Moloch. Het Hebreeuwse ‘Hinnom’ is in het Grieks ‘Gehenna’ en in onze taal ‘Hel’. De Bijbel legt hier een verband tussen het water en het bloed van de Pesachlammeren en het water en bloed dat uit Jezus’ zijde kwam nadat Hij stierf. Zijn onschuldig bloed redt de berouwvolle van de Hel en neemt de straf op de zonde – de dood – weg.

Het scheuren van de mantel
Toen Kajafas aan Jezus vroeg of hij de Messias was en Jezus dit niet ontkende, scheurde de aardse hogepriester zijn eigen mantel. Het was de hogepriester echter nadrukkelijk verboden om zijn kleed te scheuren (Leviticus 10:6), omdat het priesterschap hem dan door God afgenomen zou worden. God nam het Pesachoffer van deze aardse hogepriester niet meer aan, maar Hij had in dat jaar een beter Pesachlam dat Zijn leven gaf voor de bevrijding van velen. Vandaag is Hij in de hemelse Tempel Hogepriester naar de orde van Melchisedek. Juist om die reden beschrijft de Bijbel dat Jezus een priesterkleed uit één stuk droeg dat door de Romeinse soldaten niet werd gescheurd, opdat de Schrift ook op dit punt gevolgd en vervuld zou worden.
Eerder vermeldden we al dat op Nisan 14 het bloed werd aangebracht aan de deurposten van de Hebreeërs in Egypte. Nog verder terug in de geschiedenis was het de dag geweest waarop Isaäk op het altaar was gebonden. Nu werd het ook de dag waarop Jezus Christus aan het kruis stierf. Of was het andersom: Ja, al die historische gebeurtenissen op Nisan 14 waren een voorafschaduwing van de werkelijke betekenis die Jezus er van zou laten zien.
God doet heel bijzondere dingen op bijzondere kalenderdagen, juist om ons te laten begrijpen dat Zijn eeuwig Plan al voor de grondlegging van de wereld vaststond en dat Hij dit door de Bijbel heen kenbaar wil maken.

1 Zie o.a. R. Heidler, ‘L’Eglise Messianique se lève’, ed. EPP, p. 58
2 Flavius Josephus, ‘De Joodse oorlogen’, boek 6, hfdst. 9, sectie 3


Toegevoegd: 20 april 2014
Bron: Het zoeklicht nr.8, 90e jaargang.
Voor een abonnement op Het Zoeklicht, klik hier.

blog comments powered by Disqus


Print deze pagina
Terug