Geen steun Arabische leiders voor aanval op Irak

De Amerikaanse vice-president Cheney heeft van bevriende Arabische leiders te horen gekregen dat actie tegen Irak geen steun krijgt. Zelfs Koeweit, in 1990 toch doelwit van Iraakse agressie, wilde gisteren geen steun geven aan Amerikaanse plannen om eventueel militaire actie te ondernemen tegen het bewind van de Iraakse president Saddam Hussein. ,,Niet omdat Irak een vriend van Koeweit is'', zei de Koeweitse vice-premier sjeik Sabah al-Ahmed al-Sabah tegen de bezoekende Amerikaanse vice-president Dick Cheney die de stemming inzake een actie tegen Saddam kwam peilen. ,,Maar omdat de huidige omstandigheden niet geschikt zijn [..] En het Iraakse regime zal geen schade oplopen, maar het Iraakse volk wťl.''

De 'huidige omstandigheden' waarop sjeik Sabah doelde, zijn de IsraŽlisch-Palestijnse gewelddadigheden, die juist de laatste paar weken zwaar zijn geŽscaleerd. Dat weegt in de Arabische wereld heel wat zwaarder dan het gevaar dat Saddam Hussein volgens Amerika met zijn massavernietigingswapens vertegenwoordigt. Op dit moment is dat voor de Arabieren heel wat minder tastbaar. Wat dat betreft spraken de negen Arabische leiders, stuk voor stuk bondgenoten van Washington, die Cheney de afgelopen dagen opzocht, als uit ťťn mond. Zoals Salman ibn Hamad al-Khalifa, kroonprins van Bahrein, zei: ,,Het is belangrijk om te erkennen dat in de Arabische wereld de dreiging heel anders wordt gezien. De mensen die vandaag op straat sterven, doen dat niet als resultaat van een Iraakse actie. Ze sterven als gevolg van een IsraŽlische actie. En zo sterven de mensen in IsraŽl als resultaat van de reactie daarop.''

Demonstranten in Egypte, JordaniŽ en elders onderstreepten vorige week het ongemakkelijke gevoel in de Arabische hoofdsteden dat een Amerikaanse aanval op Irak bestaande onlustgevoelens onder de bevolking over het lot van de Palestijnen - en het gebrek aan steun voor hen van hun leiders (op Saddam Hussein na!) - tot een kookpunt kan verhitten. Mikpunt van de betogers zijn nu IsraŽl en de VS, maar dŠn vrezen de Mubaraks en Abdallahs zelf doelwit te worden, als zij de indruk wekken kritiekloos aan te lopen achter de VS, IsraŽls steunpilaar. Saddam Hussein heeft de afgelopen jaren behendig het lijden van zijn bevolking onder het effect van de elf jaar geleden afgekondigde handelssancties uitgebuit. Genocide! roepen veel Arabische burgers, en zij wijzen daarvoor als schuldige niet Saddam maar het Westen aan, Amerika voorop, dat zo de Irakezen ten eeuwigen dage onder de duim zou willen houden. De Saoedische kroonprins Abdullah waarschuwde Cheney in dit verband dat een Amerikaanse aanval op Irak de vijandigheid jegens Washington alleen zal verscherpen.

De Palestijnse kwestie is niet de enige zorg die de Arabische leiders tegenover de Amerikaanse vice-president hebben verwoord. Misschien net zo groot is hun vrees dat een Amerikaanse militaire actie tegen Saddam verschrikkelijk misloopt en resulteert in destabilisering van de hele regio.

Het is immers niet zo dat het post-Saddam voor de hand ligt - tot dusverre is in Washington vaag gezinspeeld op de installatie van een van de diverse Iraakse generaals die bij Saddam uit de gunst zijn geraakt en nu in het buitenland in ballingschap leven.

Maar hoe die dan de Koerden en de sunnieten en shi'ieten bijeen moet houden anders dan met nieuwe tomeloze repressie, is kennelijk nog niet uitgewerkt. Anders had bijvoorbeeld de Jordaanse koning Abdallah II niet zo verontrust gereageerd. Hij zei na Cheneys bezoek aan Amman tegenover de Los Angeles Times dat het resultaat van een interventie een burgeroorlog in Irak zou kunnen zijn, uitstralend naar de buurlanden en verder. ,,Het is het mogelijke Armageddon van Irak dat ons allemaal zorgen baart, en dat is waar gezond verstand zou zeggen: Kijk, dit is een verschrikkelijk gevaarlijke weg om in te slaan.''

De Saoedische kroonprins op zijn beurt zei tegenover CNN niet in een Amerikaanse overwinning te geloven.

In plaats daarvan is vice-president Cheney van alle zijden geadviseerd om zich harder in te spannen Saddam zover te krijgen dat hij de in 1998 vertrokken wapeninspecteurs van de Verenigde Naties weer toelaat om de situatie in Irak te controleren. De Iraakse vice-president Taha Yassin Ramadan gaf gisteren aan dat dit op strikte voorwaarden inderdaad denkbaar is. Ramadan zei vorige week nog dat een terugkeer van de wapeninspecteurs ondenkbaar was, dus Úf men wordt zo langzamerhand een beetje zenuwachtig in Bagdad, Úf men speelt mooi weer met de Arabische leiders.

Van de Iraakse concessie (als het er een is) zal men in Washington niet onder de indruk zijn: daar herinnert men zich nog al te goed de obstructie die de wapeninspecteurs voor hun vertrek uit Irak te verduren hadden. Of het koor van Arabische bezwaren en aanmaningen tot voorzichtigheid enig gehoor vindt, is zeer de vraag. De Amerikaanse regering oefent de laatste dagen meer druk uit op IsraŽl om zich in te houden tegen de Palestijnen, en probeert zo aan de Arabische zorgen op dit punt enigszins tegemoet te komen. Maar voor de rest heeft de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell al eens verklaard dat de Verenigde Staten desnoods eenzijdig tegen Irak zullen optreden. En zoals president George W. Bush vorige week over Saddam zei: ,,Hij is een probleem en we gaan hem aanpakken.''


Bron: Guardian Unlimited
20 maart 2002

Terug
Print deze pagina