Satans heerschappij op aarde (deel 1)

Om de fase waarin de wereld zich vandaag bevindt enigszins te begrijpen, dient men Satans rol hierin nader te beschouwen. De profeet EzechiŽl meldt dat Satan een schepsel is, dat hij een beschuttende cherub was op de heilige berg van God. Dat wil zeggen dat hij in de hemel bekleed was met geweldig gezag. Zijn gestalte was vol van heerlijkheid, wijsheid, rijkdom en schoonheid. Prachtige titels worden hem gegeven zoals morgenster en zoon des dageraads. Misschien was Satan zelfs het hoofd der engelen, die onder God en Zijn enige Zoon stond. Satan is volmaakt geschapen, zoals alles in Gods schepping. Hij was onberispelijk in zijn wandel vanaf de dag dat hij geschapen werd, totdat er onrecht in hem werd gevonden. De hoogmoed en het verlangen om zich op de plaats van God te stellen, hebben Satan tot een dwaze opstand tegen de Schepper verleid. Hij heeft in de hemel ook de opstand van een deel van de engelen veroorzaakt, die eveneens volmaakt en vrij geschapen waren en die zo demonen zijn geworden. Satan heeft alles in het werk gesteld om ook de mens te verleiden. Sedert de zondeval zijn alle zondaren onderworpen aan de macht van Satan. Omdat de mensen door hun eigen dwaasheid slaven van Satan zijn geworden, kunnen zij zichzelf niet bevrijden. Om de opstand in de hemel en op de aarde te bedwingen, zond God Zijn Zoon om op het kruis te sterven. De Bijbelse God geeft in Zijn oneindig geduld aan de mens de tijd om Zijn woord te bestuderen en zich van zijn zonden te bekeren.

De ongelovige mens blijft vrij en God zal hem geheel en al zijn eigen weg laten gaan om hem te tonen waar deze toe leidt. Het lot van de tegenstander ligt sedert lang vast, maar God laat hem nog vrij spel om de mensen te verleiden. In de theologie verstaat men onder duivels en demonen boze geesten, die in de wereld de bovenmenselijke macht van het kwaad vertegenwoordigen. De Bijbel leert dat God alle engelen in de aanvang als goede geesten, gericht op zaligende aanschouwing geschapen had, maar dat zij zich in vrije beslissing moesten uitspreken vůůr of tegen dit doel. Terwijl de goede engelen zich blijvend op God gericht hebben, keerden anderen zich van God af, deze laatsen nu zijn de duivelen of demonen. De allerhoogste in rangorde draagt namen als Satan, Lucifer, Azazel, BeŽlzebub, enz. Satan werd jaloers op God en wilde zich daarom gelijkstellen aan God en werd ongehoorzaam. Dit luidde zijn val in waarbij hij een derde van Gods engelen aan zijn zijde wist te krijgen. Al hebben de duivels de genade verloren, hun natuurlijke wezenheid als engel is gebleven en in zoverre staan ze boven de mens. Zij kunnen dan ook macht uitoefenen in de wereld door de mens tot het kwaad aan te sporen; door verwarring te stichten in de menselijke vermogens (bezetenheid, kwellingen); door de stoffelijke natuur te beÔnvloeden, zodat er bovennatuurlijke verschijnselen ontstaan. Hoe indrukwekkend, fascinerend en schitterend Satan van oorsprong is, wordt duidelijk gemaakt door de profeten EzechiŽl en Jesaja. In Jesaja wordt hij de blinkende zoon des dageraads genoemd, en volgens EzechiŽl is hij onberispelijk in zijn wandel.

EzechiŽl 28:15-17 Onberispelijk waart gij in uw wandel, vanaf de dag dat gij geschapen werd, totdat er onrecht in u werd gevonden: Trots was uw hart op uw schoonheid met uw luister hebt gij ook uw wijsheid tenietgedaan.

Jesaja 14:12-13-14-15 Hoe zijt gij uit de hemel gevallen, gij morgenster, zoon des dageraads; hoe zijt gij ter aarde geveld, overweldiger der volken! En gij overlegdet nog wel: Ik zal ten hemel opstijgen, boven de sterren Gods mijn troon oprichtenÖik wil opstijgen boven de hoogten der wolken, mij aan de Allerhoogste gelijk stellen.


Satan is van hemelse oorsprong een geest-wezen zonder lichamelijkheid zoals wij die kennen. De wijze waarop Satan in de Bijbel beschreven wordt heeft niets te maken met gefantaseerde voorstellingen zoals sommigen geloven. Hij heeft vele volgelingen op aarde en die zeggen dat zijn bedoelingen verkeerd zijn begrepen en zelfs bewust gelasterd, eerst door het volk van IsraŽl en later ook door de christenen. Lucifer-zo zeggen zij- is het allerhoogste wezen. Hij is de schepper van alle leven en de evolutie daarvan. Hij is de schepper van alle genieŽn die de mensheid heeft gekend. Straks zal onder zijn leiding de "Nieuwe Eeuw" definitief worden ingevoerd en dan zal ieder mens zich aan zijn plannen dienen te onderwerpen.

Het Hebreeuwse woord Satan zoals dat in het Oude Testament wordt gebruikt, verwijst niet naar de verpersoonlijking van het kwaad, maar naar een Ďtegenstanderí. Pas in het Nieuwe Testament verschijnt Satan letterlijk als een vijand van God en als aanvoerder van een heel leger van demonen. De legenden volgen die ontwikkeling op de voet. In de loop van de tijd wordt Satan dan ook vereenzelvigd met de slang in het hof van Eden en met het monster Leviathan. Omdat Satan geacht werd een oneindig aantal vormen te kunnen aannemen, is hij afwisselend afgebeeld als half mens, half dier, als een gehoornde hond, als een afschuwelijk wezen met vleermuisvlerken en als een bok met baart, staart en gespleten hoeven.

Al in het allereerste begin openbaart hij zich in het Hof van Eden en weet hij Eva te verleiden tot het eten van de boom van kennis van goed en kwaad. Vervolgens weet zij Adam te verleiden tot het eten van diezelfde boom, iets wat nadrukkelijk door God verboden was en waarmee de zondeval wordt ingeluid. Satan treedt op als aanklager van de mensen bij God. Dat wordt heel duidelijk geschilderd in het boek Job. Hier probeert hij Job die een zeer vroom man was, af te brengen van zijn geloof en vertrouwen in de Here God. Hij vraagt aan God toestemming om Job met allerlei ziekten, plagen en rampen te mogen treffen om te zien of Job ook in moeilijke omstandigheden trouw zal blijven aan God.Maar zoals uiteindelijk blijkt is God machtiger dan de duivel. Het is niet God die door Job wordt vervloekt. Hij vervloekt zijn lijden, zijn menselijk lot. Zijn geduld is ten einde en hij vervloekt de dag dat hij is geboren.

Mensen die geloven dat God rechtvaardig is en het beste met hen voor heeft, beamen dikwijls de vraag van Jeremia (12:1)ÖWaarom is de weg der goddelozen voorspoedig, en zijn zonder zorg allen die zich trouweloos gedragen? Het Nieuwe testament leert dat het kwaad weliswaar een tijdlang zal overheersen, maar dat God het uiteindelijk zal vernietigen. Enkele bijbelverhalen maken duidelijk dat God soms ingrijpt in menselijke aangelegenheden om het kwaad rechtstreeks te straffen en het goede te belonen. Uit de vernietiging van Sodom en Gomorra, en uit de zegeningen die Abraham mocht ontvangen, blijkt dat zoín goddelijke ingreep te allen tijde mogelijk was en is. Vanuit alle lijden en hoop in de geschiedenis van IsraŽl hebben de profeten van het Oude testament de komst voorzien van een dag waarop God krachtig zou ingrijpen in de wereld. Op deze beslissende dag zal God een einde maken aan alle onrecht en onderdrukking.

Jesaja 13:11 Dan zal ik aan de wereld het kwaad bezoeken en aan de goddelozen hun ongerechtigheid, en Ik zal de trots der overmoedigen doen ophouden en de hoogmoed der geweldenaars vernederen.

De Bijbel maakt op vele plaatsen duidelijk dat het Satan is die aanzet tot kwaad gedrag. In het Nieuwe Testament is hij de grote tegenspeler van Jezus Christus. Veertig dagen bracht Jezus in de woestijn door, terwijl Hij door Satan op de proef werd gesteld. Zoals IsraŽl 40 jaar beproefd werd in de woestijn en de profeet Elia 40 dagen doorbracht in de SinaÔ waar hij op de berg Horeb de stem van God hoorde, zo maakte Jezus 40 dagen van vasten en beproevingen door in de woestijn van Judea. Hij tracht tot drie keer toe Jezus tot zonde te verleiden maar Jezus wijst zijn verleidingen aan de hand van Bijbelcitaten van de hand. Volgens de Bijbel overwint Jezus Satan door Zijn offerbloed voor de zonden en Zijn opstanding uit de dood. Hiermee onttroont Hij satan van zijn macht die hij door de menselijke zondeval wederrechtelijk had verkregen. De Here Jezus heeft het in Lucas 10:18 aangekondigd: 'Ik zag de satan als een bliksem uit de hemel vallení. Vanaf Openbaring 12 bevindt Satan zich niet meer in de hemel en dat heeft verschrikkelijke gevolgen voor de aarde. Ook mensen kunnen Satan en zijn demonen overwinnen door te geloven in en te getuigen van het offer dat Jezus voor ons heeft gebracht. Satan wordt door God slechts geduld om de vrije wil van zijn schepselen te waarborgen. Maar de duivel is op geen enkele wijze gelijkwaardig aan God.

De climax komt in het boek Openbaring waarin Satan door middel van de antichrist tijdelijk een groot deel van de aarde onder controle krijgt en een wereldwijde vervolging tegen de Bijbelgetrouwe gelovigen begint en ook tegen IsraŽl. Satan is de feitelijke machthebber achter alle tirannen in de wereldgeschiedenis. Hij is de vader van de leugen. Er zijn lieden, die al worden ze honderdmaal overtuigd van het tegendeel, toch niet ophouden de waarheid op allerlei wijze te bestrijden. Satan probeert door middel van zijn volgelingen de geschiedenis van de kinderen van IsraŽl als ťťn grote leugen voor te stellen en hij blijkt daarin bijzonder succesvol. De Uittocht uit Egypte (Exodus) is een van de vele voorbeelden. Velen zien het Oude Testament als een boek vol met fabels en beweren dat er geen enkel bewijs bestaat dat er een dergelijke uittocht heeft plaatsgevonden. Daaronder bevinden zich zelfs mensen van naam uit Joodse kring. In oktober 1999 meldde Ze,ev Herzog, hoogleraar archeologie aan de Universiteit van Tell Aviv dat het Oude Testament voor een groot deel bestaat uit mythen en legenden. Dit bericht is wereldwijd met veel omhaal in de pers verschenen. Het was koren op de molen van allen die IsraŽlís geschiedenis de nek willen omdraaien.

Herzog beweerde dat na zeventig jaar gedegen onderzoek was gebleken dat de Joden nooit slaven in Egypte zijn geweest en dat het verhaal over de veertigjarige tocht door de woestijn ook niet waar is. Ook zouden de IsraŽlieten het land Kanašn niet hebben veroverd en zouden David en Salomo slechts koning zijn geweest over piepkleine koninkrijkjes. De historicus Jehoshiua Porat noemde de bevindingen een nagel aan de doodskist van de valse joodse overtuiging dat het judaÔsme 3000 jaar onveranderd heeft bestaan in IsraŽl. De praktijk leert dat in toenemende mate gezaghebbende personen, waaronder ook vooraanstaande bijbelleraren, grote delen van Gods woord naar het rijk der mythen en legenden verwijzen. Zij stellen het recht van het Joodse volk op het land IsraŽl ter discussie en brengen grote aantallen gelovigen, zowel joden als christenen aan het twijfelen over het waarheidsgehalte van de Bijbel.

De overwinning van God over de wateren dient uitsluitend symbolisch gezien te worden, zo zegt men. Het volk van IsraŽl en de Bijbel, zouden in diepere werkelijkheid, niet meer zijn dan kunstmatige vertelsels, gefabriceerd en verzonnen, net als de vele geschriften van andere volken en godsdiensten. Allemaal ontstaan in het brein van fantasten. De Bijbelse God Jahweh is al evenmin een werkelijkheid. Afgoden hebben de plaats van de Bijbelse God ingenomen. Om het Bijbelse verhaal over de Exodus naar de prullenbak te verwijzen is er in de loop van de jaren een veelvoud aan hypotheses over dit verhaal in omloop gekomen. Zo zou het zijn overgenomen uit het Soemerische Gilgamesj Epos en door Abraham zijn meegenomen op zijn tocht naar het land Kanašn waar het later aan de Hebreeuwse teksten zou zijn toegevoegd. Een ander verhaal is dat het zou zijn overgeschreven uit de geschiedenis van FeniciŽ wat is vastgelegd door Sanchoniaton, lang voordat de HebreeŽn in het licht der geschiedenis traden. Het verhaal zou zich zelfs vůůr de zondvloed hebben afgespeeld op het werelddeel Lemuria. De Lemuriaanse priesters (de Našcals ) zouden de gebeurtenis hebben opgeschreven en deze informatie zou later in bezit zijn gekomen van de Maya, s die het vervolgens zouden hebben opgeschreven in de "Popol Vuh " het heilige boek der Maya, s. Een citaat in dit boek maakt net als de Bijbel melding van een doortocht door een zee.

Zij merkten nauwelijks hoe zij de zee doorschreden. Zij liepen er doorheen als of er geen water bestond. Uit het zand stegen ronde stenen op en over de rijen stenen schreden zij er heen. Zij die de zich delende zee overschreden noemden de plaats "Drijfzand ". Zo kwamen zij aan de overkant.

Bijbelcritici maken dikwijls dankbaar gebruik van dit soort teksten om er de historiciteit van de Bijbel mee in twijfel te trekken. Onderzoekers wijzen er echter op dat de genoemde Popol Vuh tekst wel eens afkomstig zou kunnen zijn uit Hebreeuwse bronnen. Er zijn namelijk in zowel Midden als Zuid-Amerika Hebreeuwse inscripties gevonden daterend uit een tijd van voor Christus, lang voordat de Spanjaarden en anderen de overtocht naar dit deel van de wereld hebben gemaakt. Ook heeft men vastgesteld dat er in de Quiche-Maya taal, die door indianen in Peru wordt gesproken, woorden bestaan die hetzelfde zijn als in het Oud-Hebreeuws. Op internet is een grote hoeveelheid zeer interessante informatie te vinden over de Exodus. We leven in een tijd waarin velen het onderscheid niet meer zien tussen licht en duisternis. Maar Gods Woord is gezaghebbend en waarheidsgetrouw.

Psalm 56:6 De ganze dag verminken zij mijn woorden; al hun overleggingen zijn tegen mij ten kwade.


Toegevoegd: 18 november 2005
Uit de nieuwsbrief van: FranklinTerHorst.nl


Print deze pagina
Terug