Assur, het werk van mijn handen

De Arabische Lente is ťťn grote ramp geworden voor heel SyriŽ. Is er nog hoop voor SyriŽ? En voor andere volken in het woelige Midden-Oosten? Om een retorische vraag van Paulus eens aan te halen: ĎOf is God alleen de God van de Joden? Niet ook van de heidenen? Zeker, ook van de heidenení (Romeinen 3:29). In Het Zoeklicht nr. 23 (3 november 2012) schreven we over Gods goede plan voor Egypte. Dit aan de hand van een scenario in Jesaja 19. In dit nummer aandacht voor SyriŽ. Een geschiedenis van eeuwenoude, diepgewortelde haat tegen IsraŽl. Toch zijn er profetieŽn die lichtflitsen van hoop zouden kunnen betekenen voor SyriŽ, Iran en Filistijnen.

Arabische winter
De Arabische lente begon in SyriŽ op 15 maart 2011. Eind 2011 hadden de fanatieke jihadisten van Jabhat al-Nusra al grote macht binnen de rebellenstrijdmacht. Christenen werden vervolgd. Begin dit jaar mengde Hezbollah zich in de gruwelijke burgeroorlog. Momenteel telt de VN meer dan 100.000 doden. Binnen SyriŽ zijn vier miljoen mensen op de vlucht, in kampen in Libanon en JordaniŽ zijn er nog anderhalf miljoen vluchtelingen. Internationale organisaties beschuldigden beide partijen van gruwelijke wreedheden, martelingen, het gebruik van gifgas en andere ernstige schendingen van mensenrechten. Nu Rusland, die de regering Assad steunt, en de VS, die de rebellen steunen, SyriŽ tot strijdperk van een opkomende koude oorlog hebben gemaakt, kan alleen een groot wonder nog hoop brengen voor SyriŽ. Dat wonder zal ook gebeuren.

Geschiedenis
Het Midden-Oosten is al meer dan 35 eeuwen het toneel van heftige familieruzies. Aram, Assur, AssyriŽ, SyriŽ, vier namen voor landen en volken die elkaar min of meer overlappen. Aram en Assur waren twee van de vijf zonen van Sem. Een andere zoon, Arpachsad, was de oudvader van de stam waar Abraham uit voortkomt. In de tijd van de aartsvaders waren de ArameeŽrs een groot en machtig volk in het Midden-Oosten. Bethuel, de vader van Laban en van Isašks vrouw Rebekka, was een ArameeŽr. Jakob vluchtte voor zijn broer Ezau naar Laban. Daar werkte Jakob 20 jaar voor zijn vrouwen Lea en Rachel en voor zijn kudde. De zonen van Laban waren jaloers op Jakob en zo ontstond de eerste wrijving tussen Aram (SyriŽ) en IsraŽl.

Eeuwen later was het de broer van Jozua, OtniŽl, die door God werd gebruikt om IsraŽl te verlossen van de onderdrukking van Kusan-RisataÔm, de koning van Aram. In de tijd van de koningen was er voortdurend oorlog met Aram. Vooral de profeet Elia was namens God in de tijd van Achab een grote hulp voor IsraŽl. Hij ging zelfs naar Damascus om HazaŽl tot koning van Aram te zalven. In de 9e eeuw v.Chr. kwam Assur uit het Oosten oprukken. Damascus werd ingenomen (2 Koningen 16:9) en toen begon het machtige, wrede Assyrische wereldrijk. Zij veroverden in 722 v.Chr. Samaria en voerden het Tienstammenrijk in ballingschap.

Oordelen
Ook het Tweestammenrijk zou, zo profeteerde Jesaja, heel wat problemen krijgen met Assur: ĎDe koning van Assur zalÖ buiten zijn oevers rijzen en binnendringen in Judaí (Jesaja 8:7,8). In de tijd van Hizkia was Juda, op Jeruzalem na, door Assur onder de voet gelopen. Het ingrijpen van de HERE leest u in Jesaja 36 en 37: ĎDe engel des HEREN sloeg 185.000 man van het leger van Assurí en ĎSanherib, de koning van Assur, aanvaardde de terugtochtí (Jesaja 37:36,37). Assur was, net als Babel, Ďde roede van Gods toorní. Beiden voerden IsraŽl in een eeuwenlange ballingschap die pas in onze tijd tot een einde komt.

God verwachtte van die wereldrijken dat zij IsraŽl barmhartigheid zouden bewijzen. Daarom kwamen er oordelen over die wereldrijken (Jesaja 47:6 en Jeremia 50:17,18). Het Assyrische rijk werd door Babel verpletterd en Babel door de Meden en Perzen. Een groot aantal profetieŽn gaan over Assur en Aram, meest oordeelsprofetieŽn, die in de loop van de eeuwen zijn vervuld. De profeet Hosea waarschuwt IsraŽl herhaaldelijk geen hulp bij Assur te zoeken. Ook in onze tijd moet IsraŽl geen heil verwachten van de VS en helemaal niet van de EU.

Onze tijd
In drie heftige oorlogen tegen IsraŽl heeft SyriŽ de traditie van eeuwenoude haat voortgezet en evenveel smadelijke nederlagen geleden. In Psalm 83 lezen we hoe Assur de volken rond IsraŽl steunt in hun plannen IsraŽl als volk te verdelgen en zo Ďde woonplaatsen van God in bezit te nemení. In Jesaja 11:11 en 27:13 wordt de terugkeer van de Joden uit Assur voorzegd; wat we in de jaren na de stichting van de staat IsraŽl in 1948 hebben zien gebeuren. De totale verwoesting van Damascus, voorzegd in Jesaja 17:1 en Jeremia 49:24-27, kan elk moment plaatsvinden. In de eindtijd komen er meer oordelen over AssyriŽ. ĎWant Assur zal voor de stem van de HERE schrikken, wanneer Hij met de roede slaatí (Jesaja 30:31).

Dan de antichrist, waar DaniŽl veel informatie over geeft. Veel uitleggers van de profetieŽn zien in de beschrijvingen in DaniŽl 8:23-25 en 11:22-30 het karakter en optreden van de Syrische vorst Antiochus IV Epiphanes, die model staat voor de antichrist. Zou de eindtijd-antichrist ook een SyriŽr kunnen zijn?

Hoop en zegen
De sleuteltekst die aangeeft dat er hoop is voor SyriŽ vinden we aan het einde van Jesaja 19. ĎTe dien dage zal er een heerbaan zijn van Egypte naar AssurÖ en Egypte zal met Assur (de HERE) dienen. Te dien dage zal IsraŽl de derde zijn naast Egypte en Assur, een zegen in het midden van de aardeÖ Gezegend zij mijn volk Egypte en het werk van mijn handen, Assur, en mijn erfdeel IsraŽlí (vers 23-25). Ook voor Damascus is er hoop: ĎHij is in het land Chadrak (in SyriŽ, noordelijk van Libanon), en Damascus is zijn verblijfplaats, want de HERE slaat het oog op andere mensen zowel als op de stammen van IsraŽlí (Zacharia 9:1).

Enkele opmerkingen:
1. íHet werk van mijn handen, Assurí. Zoals de HERE IsraŽl uit Egypte heeft geroepen zijn de ArameeŽrs uit Kir (ergens in MesopotamiŽ) gevoerd. Dus de HERE heeft ook een plan voor SyriŽ.
2. Verschillende keren is er sprake van een heerbaan tussen Egypte, IsraŽl en Assur. Een heerbaan duidt op goede onderlinge (handels)betrekkingen.
3. We moeten niet vergeten dat de eerste gemeente die voornamelijk uit niet-Joden bestond in AntiochiŽ in Hadrach in het noordwesten van SyriŽ, lag.
4. Assur zal de HERE dienen, samen met Egypte en uiteraard IsraŽl.

Er is dus hoop voor Egypte en SyriŽ. Maar ook voor Elam. Elam was de oudste zoon van Sem en staat momenteel voor Iran (PerziŽ). In Jeremia 49:34-39 lezen we dat Elam onder Gods toorn verstrooid zal worden onder alle volken. ĎMaar in het laatst der dagen zal IK in het lot van Elam een keer brengen.í En SyriŽ, het Ďwerk van Gods handení zal met IsraŽl en Egypte een zegen zijn.

Toegevoegd: 21 september 2013
Bron: Het zoeklicht nr.19, 89e jaargang.
Voor een abonnement op Het Zoeklicht, klik hier.

blog comments powered by Disqus


Print deze pagina
Terug