De Derde Tempel

Het Joodse volk heeft de hoop nooit laten varen dat de Tempel ooit nog eens herbouwd zou worden. In de extra dienst voor de feestdagen de "Musaph" wordt aldus tot God gesmeekt: Herbouw Uw huis als in den beginne, en vestig Uw Heiligdom op zijn plaats; toon ons zijn herbouw en laat ons verheugen in zijn herstel. Al in Exodus wordt beschreven dat de IsraŽlieten de opdracht krijgen een heiligdom voor God te maken. Exodus 25:8-9 En zij zullen Mij een heiligdom maken, en Ik zal in hun midden wonen. Gij zult het maken overeenkomstig alles wat Ik u toon, het model van de tabernakel en het model van al zijn gerei. Zeven hoofdstukken van Exodus zijn gewijd aan de gedetailleerde instructies die God geeft voor de bouw, de inrichting en de eredienst. De Levieten waren degenen die door God waren uitverkoren het priesterambt te vervullen. Exodus en Leviticus beschrijven heel nauwkeurig het luisterrijke ceremonieel waarmee Ašron en zijn vier zonen werden gewijd tot de eerste priesters.

De wens om een echt "Huis" voor de Here te mogen bouwen kwam van David nadat hij de "Ark van het Verbond" uit het huis van Abinadab in Kirjath Jearim had overgebracht naar Jeruzalem, de nieuwe hoofdstad. In 2 SamuŽl 24:18-25 staat de aankoop door koning David van de dorsvloer van de Jebusiet Arauna en ook de reden, waarom hij deze dorsvloer kocht. Hij wilde daarop een altaar voor de Here bouwen om een offer te kunnen brengen "opdat de plaag van het volk mocht ophouden". In 1 Kronieken 21 is dezelfde geschiedenis opgetekend, alleen wordt daar de eigenaar van de dorsvloer de Jebusiet Ornan genoemd. Deze dorsvloer was de berg Moria. Moria was al lang een heilige berg voordat er een Tempel werd gebouwd. Volgens de traditie was dit ook de plaats waar KaÔn en Abel hun offers brachten en waar Noach God dankte voor zijn redding en waar Abraham zich gereed maakte Isašk te offeren.

In 1 Kronieken wordt beschreven dat David voor zijn dood de bouwplannen voor de Tempel had laten maken en alle benodigde materialen daarvoor bijeen had gebracht. Hij had zelfs de dienst van de priesters in de toekomstige Tempel georganiseerd. Volgens een Joodse overlevering zou God een "Temple Scroll" aan Mozes hebben overhandigd met daarin alle details voor de bouw van de Tempel en alle tempelbenodigdheden. De Tempel van Salomo was in de basis identiek aan het ontwerp en vormgeving van de Tabernakel in de woestijn, alleen groter. De eer om een huis voor de Here te bouwen viel niet aan David maar aan zijn zoon Salomo.

Deze tempel werd in het jaar 587 v. Chr. door Nebukadnezar verwoest en de overgebleven inwoners naar Babylon gedeporteerd. Enkele jaren na de terugkeer uit de Babylonische ballingschap werden de eerste funderingen gelegd voor de bouw van de Tweede Tempel. In het tweede jaar van Darius werd onder leiding van Zerubabbel de Tempel weer herbouwd naar het model van Salomoís Tempel en in 515 v. Chr. voltooid. Deze Tempel werd later door Herodus de Grote (73-4 v.Chr) verfraait.

Generaties lang hebben Joden ervan gedroomd de Tempel weer op te bouwen. Driemaal hebben ze dit geprobeerd maar iedere keer gebeurde er iets waardoor de bouwactiviteiten moesten worden stopgezet. De eerste poging vond plaats tussen 132 en 135 n.Chr, toen de Joodse autoriteiten ten tijde van de ĎBar Kochba opstandí begonnen met het treffen van voorbereidingen om opnieuw offers te brengen en het verlangen te uiten om de Tempel te herbouwen. Keizer Hadrianus verbood de Joden echter dit te doen. De tweede poging vond plaats in het jaar 324 n.Chr toen keizer Constantijn volgens Eusebius (Eusebios van Caesarea) - Grieks kerkelijk schrijver en bisschop - toestemming gaf om het huis van God in Jeruzalem te herbouwen. Terwijl de Joden hiermee waren begonnen, klaagden een groep christenen bij de keizer en overtuigden hem ervan dat de bouw van een Tempel niet in het belang van het christendom was. Dit resulteerde erin dat Constantijn de oren zou laten afsnijden van degenen die poogden de Tempel te bouwen. De derde poging vond plaats toen keizer Julianus de Afvallige hen hiertoe toestemming gaf. Maar ook deze poging mislukte, omdat volgens de meeste bronnen ondergrondse vuren uitbraken die de fundamenten vernietigden voordat de bouwers er zelfs in slaagden vorm te geven aan het gebouw.

De geschiedenis van het islamitische Jeruzalem begon bij de verovering van de stad in 638 n. Chr. door Arabische moslims onder leiding van kalief Omar. Hij lijfde Jeruzalem onder de Arabische naam ďAl-Qoeds esh SjariefĒ (het verheven heiligdom) bij het Arabische rijk in. De Tempelberg wordt in het Arabisch "Haram-esh Sjarief " (het waarachtige heilige) genoemd. Het was kalief Abd-el-Malik die in 691 n. Chr. de Rotskoepel op de plaats van de Tempel bouwde. Deze kalief had het echter niet slecht voor met de Joden want hij schonk hen de erfrechten voor de bewaring en verzorging van de Tempelberg.

Even leek het erop dat IsraŽl de Tempelberg weer in bezit had toen generaal Mordechai Gur in 1967 de verovering van de Oude stad aan de Knesset bekend maakte met de woorden: ,,Har Ha Bait be jadeinoe, de Tempelberg is in onze handen". Maar Minister van Defensie Moshe Dayan zei het volgende: ,,Ha Kotel be jadeinoe, de Klaagmuur is in onze handen". Vlak daarna gaf Dayan tot verbazing van velen waaronder de Arabieren, het gezag van het Tempelplein over aan de Waqf, de hoogste moslimraad.

Volgens de islamieten kunnen de Joden de herbouw van de Tempel wel vergeten. Zij geloven dat de berg altijd in handen van de islam zal blijven. Het islamitische geloof schrijft voor dat elk gebied dat zij ooit hebben veroverd voor eeuwig door Allah aan hen geschonken is. Dat betekent volgens woordvoerders van de Waqf dat er geen discussie mogelijk is over de vraag wie het meeste recht heeft op het Tempelplein. Allah heeft het aan de moslims gegeven en daarover zullen nooit onderhandelingen meer plaatsvinden: ííwij zullen onder geen enkele voorwaarde toestaan dat er een nieuwe Tempel voor de Joden wordt gebouwd op onze heilige plaats", aldus een woordvoerder. Toch dachten de moslims daar in 1925 nog heel anders over. Dat blijkt o.a. uit een brochure van de Waqf uit die tijd. In die brochure stond namelijk de geschiedenis van de Joodse tempels beschreven al lang voordat de Al Aqsa moskee werd gebouwd. Dit bewijst eens temeer dat de moslims de geschiedenis voor hun politieke doeleinden naar believen vervalsen en ontkennen.

Het in Jeruzalem gevestigde Tempel Instituut bezit een kopie van de officiŽle gids uit 1925 opgesteld door de Islamitische Raad. Op pagina 4 verklaart de Waqf: ďDe identiteit van de plaats van de Tempel van Salomo staat buiten kijf. Algemeen wordt beleden dat dit de plaats is waarop David een altaar bouwde voor God. De Gids refereert bovendien op pagina 16 aan het ondergrondse gebied in het zuidoosten van de berg, dat wordt geduid als de Stallen van Salomo. ďEr is weinig met zekerheid bekend van de geschiedenis van het vertrek zelfĒ, luidt de gids. ďHet dateert waarschijnlijk al uit de tijd van de bouw van de Tempel van SalomoĒ. Volgens Josephus werden deze stallen gebruikt als toevluchtsoord door de Joden ten tijde van de verovering van Jeruzalem door Titus in het 70 n. Chr.

Intussen zijn de theologische mythen van de islam uitgegroeid tot een grote historische zwendel. Men verkondigt de ene na de andere leugen over het islamitische recht op de Tempelberg en de argeloze toeschouwer weet niet beter. Volgens de voormalige Moefti van Jeruzalem, Ikrima Sabri: ďIs er in de hele stad geen enkele steen, die naar de Joodse geschiedenis verwijst. Ons recht echter is heel duidelijk. Ons behoort deze plaats toe sinds 1500 jaar. De Joden weten niet eens waar hun Tempel precies stond. Daarom erkennen wij hier ook geen enkel recht van hen, noch onder de aarde noch daarboven. Ook in de Klaagmuur is geen enkele steen die iets met de Joodse geschiedenis te maken heeft. Sinds 1930 heeft een comitť van de Volkenbond bevolen de Joden daar te laten bidden, opdat zij rustig zouden zijn, maar in geen geval heeft het erkend, dat het hun toebehoort. De muur moet dan ook niet de Klaagmuur worden genoemd, maar de Al Boerak muur, naar het paard van Mohammed."

Volgens een islamitische legende zou Mohammed een miraculeuze luchtreis naar Jeruzalem hebben gemaakt. Daar aangekomen zou hij zijn paard aan de ĎKlaagmuurí hebben vastgebonden terwijl hijzelf naar de hemel opsteeg om daar hoogstpersoonlijk een aantal zaken te bespreken met Allah, Jezus en Abraham. Dit verhaal is echter niet meer dan een verzinsel want Mohammed is nooit in Jeruzalem geweest. De waarheid is dat ten tijde van Mohammed- die in 632 na Christus stierf- Jeruzalem een christelijke stad was in het Byzantijnse rijk. Jeruzalem werd pas in 638 door Kalief Omar veroverd. In die tijd stonden er alleen kerkgebouwen in de stad en ook op de Tempelberg. Omstreeks het jaar 711, 79 jaar na de dood van Mohammed werd de Byzantijnse kerk op het Tempelplein in een moskee veranderd. Na wat kleine verbouwingen noemde men de kerk voortaan de Al-Aksa moskee. Mohammed kon dus nooit deze moskee in gedachten hebben gehad, toen hij de Koran schreef, want hij was toen al lang dood. Diverse onderzoekers hebben al lang aangetoond dat het "Buitenste bedehuis "zoals genoemd in de Koran, Soera 17:1, met de moskee in Medina te maken heeft en niets met Jeruzalem. Desondanks houdt men de leugen in stand dat Mohammed ooit Jeruzalem bezocht zou hebben. En zo zijn de theologische mythen van de islam uitgegroeid tot een grote historische zwendel.

De Arabische pers staat vol met leugens over hun claims op de Tempelberg. Zij zeggen dat het recht van de Arabieren zelfs teruggaat op de tijd van Adam en Eva. Maar zelfs in de Koran (17:7) staat een verwijzing naar de verwoesting van de Eerste en de Tweede Tempel. In de Koran (34:10-13) is er ook een verwijzing naar Koning David en naar zijn zoon Salomo. De Koran zegt ook dat de Joden zullen terugkeren naar hun land. Sjeik Abdul Palazzi, die doceert aan het Antropologisch Instituut in Rome, zegt dat de Palestijnse Autoriteit deze passages uit de Koran heeft geschrapt, maar dat in andere islamitische landen het bewijs gewoon in de Koran kan worden gevonden. De professor zegt verder dat de strijd van de Palestijnen en de Waqf tegen de Joodse claim op de Tempelberg nergens op is gebaseerd. De Palestijnse hoogleraar en politicus Sari Nusseibeh, een vertegenwoordiger van de Palestijnse Autoriteit in Jeruzalem zei: "ik zou blind zijn als ik de Joodse band met Jeruzalem zou ontkennen." Dat heeft hem een officiŽle vervloeking van Palestijnse geestelijken opgeleverd. Nusseibeh erkende in voorzichtige bewoordingen dat er wel degelijk twee Joodse tempels gestaan hebben op de plaats van de huidige Aksa moskee en Rotskoepel. ĎDe legendarische tempel in Jeruzalem is waarschijnlijk de plaats waar de hogepriesters dienst hebben gedaan voor het aangezicht van de Almachtigeí, schreef Nusseibeh. Palestijnse politici en geestelijken reageerden woedend. De geestelijken spraken daarop een zogeheten fatwa tegen hem uit. Met gevolg dat hij moest onderduiken. In het officiŽle Egyptische weekblad Al-Qahira, schrijft commentator Ahmed Mahmad Oufa dat de islamitische claim op Jeruzalem en de Tempelberg berust op het verkeerd uitleggen van een enkel vers uit de Koran. Het vers, dat een nachtelijke reis van Mohammed naar een moskee beschrijft, heeft volgens Oufa niets van doen met Jeruzalem, maar wijst naar een moskee in de heilige stad Medina.

Er bestaan in IsraŽl maar liefst zeven verschillende groeperingen die zich met de herbouw van de Tempel bezig houden. Deze groepen hebben zich verenigd in een Stichting genaamd "The United Association of Movements for the Holy Temple". De organisatie "The Institute for Talmudic Commentaries" heeft 25 boeken met Bijbelteksten gepubliceerd die handelen over de komende Tempel.

De Bijbel maakt duidelijk in welke periode van de geschiedenis de Derde Tempel gebouwd zal worden, namelijk in de eindtijd, in de tijd voor de komst van de antichrist. Zowel 2 Thessalonicenzen, als het boek Openbaring spreken van een toekomstige Derde Tempel. ďHet Joodse leven zonder de Tempel is als water zonder vissen Ē zegt Rabbijn Chaim Richman, hoofd van de internationale afdeling van het Tempel Instituut. Hij zegt dat het belangrijkste doel is de Tempel in onze tijd, te bewerkstelligen.

Het is niet toevallig dat juist in deze tijd, waarin de voorbereidingen voor de bouw van de derde tempel in volle gang zijn, ook het Sanhedrin weer tot leven is gewekt. Dat is gebeurd op 13 oktober 2004, de 28ste dag van de Joodse Tishrei in de stad Tiberias aan het meer van Galilea. Het Sanhedrin was in de hellinistisch-romeinse periode de joodse rechterlijke en uitvoerende macht in Jeruzalem. Het bestond, in navolging van Numeri 11:16, uit 71 leden onder voorzitterschap van de hoge priester en hield zitting in een van de Heilige kamers in de Tempel in Jeruzalem. Het bestond grotendeels uit schriftgeleerden van wie er ook velen ambten bekleedden in synagogen en rechtbanken. Een schriftgeleerde kon tevens priester zijn of behoren tot een van de beide invloedrijke religieuze groeperingen, de SadduceeŽn en de FarizeeŽn. Onder de competentie van het Sanhedrin vielen de uitleg en toepassing van de overgeleverde wet, de beslissing over oorlog en vrede en heel de burgerlijke en godsdienstige rechtspraak.

Het herstel van het Sanhedrin gebeurt niet onvoorzien of toevallig maar is een gebeurtenis die door God wordt gedirigeerd. Het heeft alles te maken met de vervulling van de Bijbelse profetieŽn. Alles komt terug zoals het vroeger was. Onze wereld kent vele miljoenen mensen die niet in Gods Woord geloven en zij hebben daardoor geen idee hoe de wereld ervoor staat. Beter dan de profetieŽn in de Bijbel kan de wereld van onze dagen niet beschreven worden. God laat ons zien wat er allemaal gebeuren moet voordat de Here Jezus op aarde terugkeert.

Het gebied van de Tempelberg is het meest strategische en potentieel explosieve stukje grond ter wereld. IsraŽl en de Arabische wereld lijken samen af te koersen op een confrontatie die zal leiden tot een enorme krachtmeting. De Arabische wereld heeft met succes de problemen tussen de Palestijnen en IsraŽl weten voor te stellen als een worsteling tussen verdrukte Arabieren en machtige, zwaarbewapende Joden. Dit zal tot gevolg hebben dat het gehele Midden-Oosten grote beroering te wachten staat. Er zal eerst een oorlog moeten komen, of het ťťn of ander wonder, voordat de Joden de beschikking krijgen over de Tempelberg. Het is onwaarschijnlijk dat de netelige kwestie van de Heilige stad Jeruzalem via de weg van overleg en vredesonderhandelingen zal worden opgelost. Zij die de problemen van het Palestijns-IsraŽlisch conflict begrijpen, erkennen de harde werkelijkheid dat een oorlog onvermijdelijk is. De Arabische wereld zal pas echt tevreden zijn als alle Joden volledig uit het Midden-Oosten zijn verdreven. Maar dat zal niet gebeuren want Jeruzalem zal de plaats zijn waar God in het gericht zal treden met de volken op aarde. Op deze plaats zal de Here Jezus Koning worden over de gehele aarde en zal Jeruzalem de hoofdstad van Zijn rijk zijn. Jezus en Jeruzalem zijn daarom onlosmakelijk aan elkaar verbonden. Dan zal Jeruzalem niet alleen de hoofdstad van IsraŽl zijn, maar van de gehele wereld.

Jesaja 2:2-3 Eens zal de dag komen dat de berg met de tempel van de Heer rotsvast zal staan, verheven boven de heuvels, hoger dan alle bergen. Alle volken zullen daar samenstromen, machtige naties zullen zeggen: ĎLaten we optrekken naar de berg van de Heer, naar de tempel van Jacobs God. Hij zal ons onderrichten, ons de wegwijzen, en wij zullen zijn paden bewandelen.í Vanaf Sion klinkt zijn onderricht, vanuit Jeruzalem spreekt de Heer.

Zacharia 1:16 Ik keer in erbarming tot Jeruzalem weder; Mijn huis zal daarin gebouwd worden, luidt het woord van de Here der HeerscharenÖ

Zacharia 1:14-15 Dit zegt de Heer van de hemelse machten: Brandend van liefde neem ik het op voor Jeruzalem en Sion, en ziedend van woede ben ik op de zelfgenoegzame volken. Ik had mijn toorn immers al weer laten varen, maar zij hebben mijn volk steeds harder aangepakt.


Toegevoegd: 6 juli 2009
Uit de nieuwsbrief van: FranklinTerHorst.nl


Print deze pagina
Terug