Peres, Abbas, de Paus en de wereldvrede

Toen de presidenten Peres en Abbas zich afgelopen juni in het Vaticaan lieten zien om te bidden, was dat meer dan een gebaar. Het was veel meer.

Ontvangen door paus Franciscus in een schitterende tuin, riep de gebeurtenis associatie op met een andere tuin, het eerste heiligdom, waar het oorspronkelijke paar van de mensheid God ontmoette en met Hem wandelde. Vanzelfsprekend droeg in dit geval iedereen kleren. Niemand wilde denken aan, laat staan zien hoe ouderdomsgebreken het menselijk lichaam ontsieren. Gebreken die kostuums en gewaden zo wondermooi aan het oog onttrekken.
Op dezelfde wijze en om dezelfde reden waren de waarnemers ongenegen om enige kritiek te leveren die waagde iets bloot te leggen van wat gezegd en gebeden werd. Ongenegen om onplezierige verschillen te zien en te beoordelen waarvan een glimp zichtbaar was in het plechtige prachtvertoon en de omstandigheid.

In wezen hetzelfde
Misschien wist Peres dit, die als eerste begon. Terwijl hij voor Israël en voor het Jodendom sprak, luisterde hij de gelegenheid op met glanzende woordparels. Met grote helderheid gaf hij uitdrukking aan het echte Hebreeuwse verlangen naar vrede. “Deze vrede,” zei hij, “is een vrede tussen gelijken.” En hij verklaarde aan de paus dat een illustratie van deze gelijken juist hier plaats vond, “in de tuin van het Vaticaan, in de aanwezigheid van Joodse, christelijke, moslim- en Druzenleiders.”
Vrede tussen gelijken? De met zich meebrengende claim dat alle godsdiensten aan elkaar gelijk zijn, is adembenemend. En verleidelijk. In wezen bedekt deze gevoeligheid van de 21e eeuw de ontgoochelende naaktheid van religieuze verschillen met ‘het kleed van oprechtheid en vrede’. Een bovenreligieuze belijdenis.
Volgens deze belijdenis zijn alle godsdiensten, zo lang als ze oprecht zijn voor wat vrede betreft, niet alleen aan elkaar gelijk, maar zijn ze in wezen hetzelfde. Deze gevoeligheid brengt elke discussie over verschillen terug tot iets dat achter gesloten deuren zou moeten plaatsvinden en niet in het openbaar. Om die reden waren Peres en zijn delegatie in staat om de God van Abraham, Isaäk en Jakob aan te roepen, terwijl Abbas en zijn gezelschap een beroep deden op Allah en paus Franciscus tot de Maagd Maria bad. Zonder iemand die aan het programma meedeed van zijn stuk te brengen.
Ondertussen knikten mensen op de hele wereld die op hun beurt toekeken, goedkeurend. Voorgesteld in het gewaad van oprechtheid en vrede, zijn deze verschillen gedoemd tot een prikkelende maar toch privé aangelegenheid.

De vrede raakte zoek
Hoe gebeurde dit? De hele geschiedenis door wisten zowel ingewijden als waarnemers van godsdienstige systemen dat het andere verschillend was, heel erg verschillend en allesbehalve gelijk. Hoe komt het dat men vandaag denkt dat ze hetzelfde zijn?
Terug naar de tuin. Niet die van het Vaticaan, nu nog niet. Eerst moeten we verder terug naar de oorspronkelijke tuin, naar die uit Genesis. Het wezenlijke van wat daar gebeurde is dat mensen en God met elkaar onenigheid kregen, waardoor hun wederzijdse relatie stukliep. Als eerste en belangrijkste raakte de vrede zoek, speciaal en nadrukkelijk de vrede met God. En ja, het gevolg was dat mensen in onmin met zichzelf terecht kwamen en met hun naasten.
De grootste nood van de mensheid was toen het herstel van de oorspronkelijke scheur. Als deze gerepareerd was, zou al het andere volgen, elke andere soort van vrede. Religies wisten en weten dit. Zonder uitzondering hebben ze alle één overheersende doelstelling. Polytheďstische godsdiensten doen hun best in de gunst van de goden te komen. Zogenaamde niet-theďstische religies jagen naar verzoening met het ‘transcendente’.
Toen op zijn beurt het geordende monotheďsme zijn intrede deed, introduceerde het een opmerkelijke wending: vrede met God als Zijn initiatief. Dit was het geschenk van het judaďsme aan de mensheid: openbaring van een persoonlijke, te kennen en unieke Godheid en Zijn altijd met Hem meegaande vredesvoorstel. Judaďsme maakte niet alleen God bekend, maar God als de initiatiefnemer van verzoening: God Die de weg wijst naar vrede met mensen, Die de weg baant naar die vrede en zo doende, de scheur repareert.

Gewelddadig bloedvergieten
Het is belangrijk even te pauzeren en twee dingen op te merken. Ten eerste ging het in religie nooit over vrede tussen gelijken. Nadrukkelijk niet. Tot vandaag in elk geval.
Ten tweede had geen enkele godsdienst – tot voor kort – ooit de pretentie in staat te zijn wereldvrede tussen volken te bewerkstelligen. In feite was het juist het omgekeerde. Judaďsme leerde dat Gods vijanden de vijanden van Zijn volk waren. Jezus was het daarmee eens: Zijn weg zou een zwaard komen brengen. En Mohammed nam het zwaard op.
Meer dan ooit bewijst de werkelijkheid van de wereld van vandaag deze verwachtingen van judaďsme, christendom en islam: er zal onderlinge vijandschap zijn, zelfs bloedvergieten, onder hen die Gods vredesplan aanvaarden – of dat van Allah – en zij die dat niet doen.
Als resultaat van deze dreigende werkelijkheid geeft een groeiende kakofonie van stemmen religie de schuld van alle rampspoeden ter wereld, met name vanwege de aanzwellende, woedende stroom van gewelddadig bloedvergieten. Godsdiensten hebben hun globale geloofwaardigheid verloren, speciaal monotheďstische. Wat te doen?

De mens vergoddelijkt
Zo komen we weer terug bij de tuin in Rome. Elke leider daar begreep het onderscheiden karakter van zijn geloof en de gevolgen die dat inhield. Wat zij echter wisten, is niet waar ze mee naar buiten kwamen. Gedrapeerd in het zijige weefsel van oprechtheid, bedekten zij hun onderscheidenheid met een universeel vredesaanbod tussen gelijken. In plaats van vrede met God (of Allah) verkochten zij vrede met mensen.
In plaats van verzoening tussen ongelijke partijen, boden zij een oplossing tussen gelijkwaardige partijen. Hierbij werd God vervangen door mensheid, werd de mensheid vergoddelijkt en vergoddelijkten zij zichzelf. Dit was en is de enige manier om vrede tussen gelijken aan te bieden. En het werkte. De wereld keek toe en genoot van wat het zag en hoorde. En zei: “Amen.”

Dit artikel is geschreven door Brian Schrauger en verscheen in het augustusnummer 2014 van The Jerusalem Post Christian Edition.

Toegevoegd: 31 augustus 2014
Bron: Het zoeklicht nr.20, 90e jaargang.
Voor een abonnement op Het Zoeklicht, klik hier.

blog comments powered by Disqus


Print deze pagina
Terug